Dinsdag 10 september
Voor de één begint een langgekoesterde reis, voor de ander is haar laatste reis gekomen. Niet echt een fijne start van een mooie reis en het voelt allemaal wat vreemd en onwerkelijk. Even zo alleen opgaan in de menigte van de vliegvelden van Schiphol en München met mijn eigen gedachten is fijn.
Op Schiphol begon het wat spannend, net als vorig jaar naar Japan was er nog geen Lufthansa vliegtuig toen wij al moesten vertrekken, nu met twee en half uur overstaptijd wel wat ruimer in de tijd, maar rustig zat ik nog niet echt. Even na vertrektijd kwam het vliegtuig binnen, een cityhopper, dat scheelt weer, iedereen eruit en wij er supersnel weer in. Met slechts 20 minuten vertraging vertrokken wij en met slechts 15 minuten vertraging kwamen wij aan. Op München airport moest ik van terminal te wisselen, de security door en nog even wat Pringels geshopt. Bij de gate werd er ge-preboard oftewel een check of de papieren voor India (Delhi) wel in orde waren. Mooi stickertje voor de juistheid gekregen. De pre-check verliep verder niet zo soepeltjes, het was niet voor iedereen duidelijk dat de papieren gecheckt moesten gaan worden. Het uiteindelijke boarden kwam ook langzaam op gang, alles werd omgeroepen in het Engels en Duits, vrij logisch, maar voor de grote groep Indiërs was het toch wat lastig om te begrijpen wat de bedoeling was. Met een goede anderhalf uur vertraging mocht ik uiteindelijk ook het vliegtuig in. Met inchecken dacht ik een slimme zet gedaan te hebben door in de airbus 380 een stoel aan het raam van een rij van drie te reserveren waarbij de buitenste al bezet was en de middelste nog vrij was en hopelijk vrij zou blijven, nou dat is gelukt!
De vlucht was prima en de piloot wist het gaspedaal goed te vinden want een kleine zes uur later en met nog maar vijftien minuten vertraging landde het toestel op Delhi, India. Al snel werd het bijna op tijd zijn weer tenietgedaan, gevoelsmatig zijn wij zo ongeveer komen taxiën uit Bombay en toen bleek er ook nog eens geen gate vrij te zijn voor een A380. Al met al alsnog een flink uur later pas door de douane, even pielen met mijn vingerafdrukken, verder was alles gelukkig snel oké. Het is vliegveld is groot, alles staat duidelijk aangegeven, zelfs de band waar de bagage op komt te liggen en dan duurt het nog een goed kwartier voordat het kwartje valt dat band zeven eigenlijk een band verder is, tja! Ha, fijn daar is mijn knalgele flightbag op band zeven.
Bij de uitgang van de aankomsthal werd ik opgewacht door een reisbegeleider van de Indiase Koning Aap met een bordje met alleen mijn naam, ik was dus kennelijk de enige die via Duitsland vloog en op dit late tijdstip aankwam. De begeleider leidde mij behendig over het, ook nu nog drukke, vliegveld van Delhi naar de parkeerplaats, waar een mooie luxe auto stond te wachten. De rit naar het hotel in Delhi zou ongeveer 15 minuten duren, maar na 30 minuten zat ik nog steeds in de taxi. Waren inmiddels langs een mooie hotelwijk gereden en reden niet veel later weer in een achterafbuurtje, waar gaan wij heen? Gelukkig, niet veel later stopte wij voor het Cardinal Express Hotel, geen wereldbuurt maar wel een prima hotelletje. Van de reisbegeleider een rood met geel touwtje om mijn arm gekregen, hiermee wensen Indiërs iemand een veilige reis toe, die houd ik voorlopige maar even om. Het was inmiddels half twee in de nacht en de receptionist van het hotel vertelde mij dat ik om zes uur mijn wake-up call zou hebben, oef! Snel naar mijn kamer en onder het plakkerige dekbedje. Ik lag echt net toen de niet te missen loeiharde deurbel ging, ik was vergeten mijn paspoort mee te nemen, oepsie! Podcastje aan en slapen maar. Error twee uur later weer de deurbel, weer rechtop in mijn bed en er dus ook maar weer uit. Weer hetzelfde mannetje maar nu met een vrouw “Hoi, ik ben jouw kamergenoot”, oké kom binnen, ik wist niet dat ik deze nacht nog een kamer ging delen. Even kort kennis gemaakt met Betsie en ieder aan een kantje van het tweepersoonsbed geprobeerd wat verder te slapen. De rest van de nacht, verliep verder normaal.
Woensdag 11 september
Stipt zes uur de telefoon, “Goodmorning, this is your wake-up call”. Even snel een koude douche, tas klaargezet en met Betsie naar beneden voor een ontbijtje. In de ontbijtzaal kennis gemaakt met de rest van de aanwezige groep en genoten van een omelet met groenten en een pannenkoek met Indiaanse kruiden. Om zeven uur stond er weer een andere reisbegeleider om ons terug te brengen naar het vliegveld van Delhi, voor onze vlucht naar het militaire vliegveld van Bagdogra, India. Op het vliegveld ontmoette wij de andere helft van de groep die met Turkisch Airlines waren gevlogen, voor hun helaas geen fijn hotel, maar voor een goede drie en half uur een stoel bij één van de vele gates. Het duurde even voordat wij mochten boarden en met een goede vertraging vertrokken wij richting Bagdogra. De vlucht was goed, veel geslapen, net als de rest van de groep, het was erg stil bij onze stoelen.
Het afhalen van de bagage ging snel en wij werden weer opgewacht door een nieuwe reisbegeleider die ons naar de grens met Bhutan brengt. Het vliegveld in Bagdogra is als militair vliegveld aangemerkt omdat het in de zogenoemde “Chicken-Neck”, het smalste stukje van India, ligt. Aan de ene kant op tien kilometer Nepal, aan de andere kant op vijftien kilometer Bangladesh, op twintig kilometer China en last but not least op 150 kilometer onze bestemming, Bhutan! Door de nabijheid van grootmacht China en het wat wispelturige Bangladesh is snelle militaire inzet gewenst.
Met een hoop getoeter, gepas en gemeet reden wij met de groep verdeeld over een klein busje met de bagage op het dak en een luxe auto het parkeerterrein af. De trip naar de grens van Bhutan gaat zo een vier en half uur duren en wij moeten er wel op tijd zijn, want om zes uur gaat de grens met Bhutan dicht. Het is half één dus dat gaat ons vast wel lukken, al is het verkeer in India wel een gekkenhuis en ga je eerst stapvoets om vervolgens luidt toeterend op te trekken en als een jekko door het verkeer te manoeuvreren. Toch nog wel redelijk veel geslapen, de omgeving buiten was niet heel interessant en ik zat lekker stevig in de riem. Bij de plasstop konden wij ook wat voorverpakt eten halen, helaas had deze muts geen Roepies en de Dollars werden niet geaccepteerd, in mijn tas gelukkig nog een over de datum en plakkerige AH mueslireep! Na de stop veel op het puntje van mijn stoel gezeten, reden nu voornamelijk over eenbaanswegen met veel tegemoetkomend verkeer. De auto’s, tuktuks en brommers schieten aan alle kanten voorbij en onze chauffeur deed daar vrolijk aan mee. Op een paar kilometer van de grens met Bhutan begon het te hozen en veranderde de weg uitgerekend van een strak asfaltje in een hobbelige weg met grote kuilen waarvan je door de regenval niet goed meer kon zien hoe diep ze waren en dat hebben wij een paar keer gemerkt, oef!

In India is het net als veel andere Aziatische landen, als je ergens moet zijn, dan word je daar ook voor de deur afgezet. Wij moesten voor het hek bij de grensovergang van India zijn, maar daar kon de bus in eerste instantie niet heel makkelijk komen. Wij stonden er nog geen 200 meter vandaan maar moesten en zouden voor het hek worden afgezet. Na wat heen en weer rijden vond onze chauffeur een gaatje en konden wij voor het hek de bus verlaten. Even in de plenzende regen de weg-uit-India stempel halen, de check bij het administratiehokje en aan de overkant van de weg de bus van Bhutan in. Wij werden inmiddels ook echt welkom geheten in het land van de donderende draak, het was lekker aan het onweren. Volgens onze nieuwe en inmiddels Bhutanese gids is de draak dan vrolijk en goedgehumeurd.
De meereisbegeleider vanuit India was dus inmiddels ingeruild voor een Bhutanese versie, Jigme van reisagentschap Etho Metho Tours, die vanaf nu tot het einde in Bhutan bij ons blijft, samen met de chauffeur van de bus met de toepasselijke naam Karma en de chauffeur Chorten van de pick-up truck voor onze bagage, die in de tussentijd overigens ook was overgeheveld. Wij reden een klein stukje verder met de bus en bij een steeg moesten wij eruit, dit was de steeg naar de daadwerkelijke grensovergang India – Bhutan. Eerst weer even wat administratieve feitjes en daarna door de muur via een lange, mooie echte Bhutanese gang naar de stempelpost voor de toegangsstempels tot Bhutan, eindelijk ik ben er!

Buiten stond de bus weer op ons te wachten. Wij zijn nu in de grensplaats Phuentsholing. Een klein levendig stadje. Niet veel verder op een kleine heuvel ligt ons mooie Hotel Bhutan Home. De tassen stonden al beneden op ons te wachten en wij werden in de lobby verwelkomd met een zoetig drankje. Onze gids Jigme, heette ons allemaal van harte welkom en wij kregen een mooie witte sjaal aangereikt. De kamersleutels werden verdeeld, dit keer had ik een kamer alleen, wat een mazzel en wat een joekel van een kamer. Een groot eenpersoonsbed, een tweepersoonsbed en een bureautje. Mooie regendouche en een happy toilet, dat is fijn! Om half acht werden wij bij het avondeten verwacht, mooi even de tijd om mijn tas om te pakken en lekker warm te douchen. Het avondeten was pittig Chinees in buffetvorm met vooraf een lekkere soep. Gesmuld van heerlijke pittige champignons met jalapeño pepers. Na het eten op mijn kamer nog wat geschreven en redelijk bijtijds en nu voor een wat langere tijd mijn bedje ingedoken.
Donderdag 12 september
Heerlijk bedje en ook heerlijk geslapen. Om vier uur voor de eerste keer wakker, dit keer stond er niemand voor de deur, dan maar even een happy toiletbezoekje. De biologische klok is nog niet helemaal in het ritme. Half zeven de wekker, om half acht klaar, na wederom een lekkere warme douche en in verder ompakken van mijn tas, tijd voor het ontbijt. Het ontbijt is simpel, Brinta, ei, toast, boter, jam en wat vers fruit. Ik ging voor de Brinta en wat roerei, daarna een onvervalste kleine Aziatische banaan, mjam! Onze tassen waren door de hotelbediende al opgehaald en lagen goed ingepakt in de pick-up truck. De hotelbediende wilde nog even met ons op de foto en daarna snelde wij de bus in, voor wederom een fikse reisdag naar Timphu, de hoofdstad van Bhutan. Na een kleine twintig minuten stopten wij bij Kharbandi Goemba, een klooster in Phuentsholing. Het klooster is opgericht door de Royal Grandmother Ashi Phuntsho Choedron. De legende vertelt dat een kinderloze vrouw regelmatig kwam bidden en vroeg om gezegend te worden om kinderen te mogen krijgen, haar gebed werd verhoord. Sindsdien wordt het klooster bezocht door stellen die graag kinderen willen.

Via een breed geasfalteerd pad liepen wij door het hek het kloostercomplex op. Het klooster zelf is dan nog niet echt goed te zien, het was er ook erg rustig. Voor het klooster staan vijf kleine wit versierde stoepa’s met een gouden punt. In de “buik” van de stoepa staat in het nisje een beeld van Boeddha. De stoepa’s staan elk voor een belangrijke stap uit het leven van Boeddha van de lotus tot nirvana. Vanaf het pleintje bij de stoepa’s heb je al een mooi uitzicht over Phuentsholing en de omliggende vallei. In de nabije verte 108 witte vlaggen, money flaggs, die worden geplaatst om de doden te herdenken. De wind blaast hun gedachten over het land. Als de vlaggen zijn verteerd of stuk geregend, dan is het goed, dan zijn de dierbaren gereinigd van hun zonden en hebben de geesten rust gevonden. De vlaggen worden altijd in een vast aantal van 108 geplaatst.
Het klooster mochten wij alleen gepast gekleed betreden, schoenen uit, lange kleding voor de benen en de armen. In de tempel worden Shabdrung Ngawang Namgyal (geestelijk leider) en Guru Rinpoche (de tweede Boeddha, de kostbare meester) vereerd, mooie, gouden, statige beelden. Beide zijn erg belangrijk geweest in het ontstaan, verenigen en de ontwikkeling van Bhutan, je komt ze in vele tempels en kloosters tegen. Buiten de tempel langs de muur staan een aantal mooie grote gebedsmolens. Met een goede zwieper aan de verschillende gebedsmolens het vredige “Oma Ni Pat Ne Hum” met de wind mee de wereld in geslingerd. Rond het klooster liep een oudere vrouw haar gebedsronden en een monnik was verdiept in zijn boek, verder was het er stil, alleen het serene geratel van de gebedsmolens was te horen.

Wij vertrokken weer met onze bus en na een goed half uurtje stopten wij bij de controlepost op de weg naar Timphu. Onze paspoorten met stempels werden gecontroleerd, het duurde allemaal best lang en wij dachten dat er iets mis was. Uiteindelijk bleek dat er een storing was in het computersysteem en dat onze gegevens even niet gecontroleerd konden worden. Opgelucht reden wij weer verder Bhutan in. De weg is redelijk, al rijden wij doorgaans niet harder dan 30-40 kilometer per uur. Langs de slingerende wegen vele fruitstalletjes, daar zijn wij helaas niet gestopt. Na een tijdje rijden, vroegen wij of er misschien wat fotostops gehouden konden worden. Niet dat wij overal voorbij scheurden, maar stilstaan is soms toch net wat makkelijker. Binnen tien seconden stonden wij bij stil bij een klein wit tempeltje met vele gebedsvlaggen, een mooi uitzicht op een klooster op een berg en de mystieke mistige omgeving. Fijn plekje om even de benen te strekken. De volgende stop was een sanitaire langs de weg, maar met een bijzonder schone happy toilet voorzien van wc-papier en shampoo om de handen te wassen. In het midden van de weg was een soort wegscheiding aangelegd met daarop wat zitjes en acht wederom mooi versierde witte stoepa’s met gouden top en Boeddha’s in een nisje. De stoepa’s, de acht van de levensfasen van Boeddha, zijn overigens Tibetaans. Natuurlijk mag ook de koe op deze happy place niet ontbreken en hier waren er dan ook een aantal van, veelal lekker luierend midden op de weg.

Vanaf hier werd de weg hier en daar wat slechter en op sommige stukken was de weg soms gewoon helemaal weggeslagen door landverschuivingen en moest de chauffeur glibberen door de modder. Overigens werd er op die stukken weg ook alweer hard gewerkt om deze goed berijdbaar te maken. Door het oponthoud bij de controlepost en de wat slechtere weg konden wij vrij laat pas aan onze lunch beginnen, maar de lunchplek maakte alles meer dan goed. Een picknick met mooi versierde tafels en stoelen, met een fantastisch uitzicht op de rivier en de omliggende bergen. In het nabijgelegen hotel konden wij in te tuin naar de wc, toen wist ik al genoeg, dat was geen happy toilet, verder was het er wel schoon. De lunch was heerlijk en hier ook voor het eerst de traditionele Bhutaanse Chili Cheese geprobeerd. Kaassaus met grote stukken Jalapeño pepers, lekker en pittig, dus voor de zekerheid maar een klein beetje genomen. Langs de weg, ook aan de overkant van onze lunchplek, worden de doden herdacht. Er worden 108 stoepaatjes gekleid waarin de as van de overledene wordt verwerkt, soms worden de stoepa’s ook nog rood/geel of rood/goud geverfd.

Tegen het einde van de middag kwamen wij aan bij het Timpu Central Hotel, een mooi hotel en deze boffert had wederom een eigen gigantische kamer voor haar alleen. De tas opgewacht, snel een ander shirtje aan en daarna met een klein deel van de groep de hoofdstraat van Timphu verkend. De klokkentoren bleek iets kleiner dan verwacht en stond in de steigers. Het enige verkeerslicht in het land was alweer vervangen door een druk zwaaiende verkeersagent in een huisje midden op het kruispunt. De verkeerslicht bleek te verwarrend en er gebeurde te veel ongelukken. Wij liepen de straat met vele Bhutaanse winkels uit tot aan de mooie toegangspoort die je in elke grote plaats wel tegenkomt. Het begon wat te regenen, eerst zachtjes en daarna toch wel redelijk hard. Snel op zoek naar een leuk tentje om wat te drinken, aan het plein bij de klokkentoren vonden wij een leuk koffietentje. Onder het genot van een muntthee en met eindelijk wat Bhutaans geld op zak verder kennis gemaakt met de aanwezige groepsleden. Het liep alweer tegen etenstijd, tijd om terug te gaan naar ons hotel. Champignonsoep en de rest weer in buffetvorm. Chow Min, pittige vis en wat kip werd mijn keuze, het was weer erg smakelijk. Gezellig nog een after dinner drankje met zijn allen en daarna mijn bed opgezocht.

Vrijdag 13 september
Vandaag een beetje uit kunnen slapen, hoeven pas om acht uur te ontbijten en om negen uur klaar te staan in de lobby voor de excursies. De keuze bij het ontbijt was niet heel groot, had geen zin in toast met ei en dus werd het witte bonen in tomatensaus met kippenworstjes, smaakte prima! Om stipt negen uur was de groep compleet en vertrokken wij naar het Gagyel Lhundrup Waving Centre. Op de begane grond zaten zes vrouwen te weven op een klein weefgerei. Ze maken voornamelijk kleden en sjaals en daar zijn ze dan ook best lang mee bezig. Het centrum is hofleverancier voor de kleden en voor de traditionele kleding voor de koning en zijn vrouw. De sjaals, kleden en traditionele kleding worden ook verkocht op de eerste etage. Het zijn mooie weefsels en voor ook nog best een oké prijs. Op de tweede etage nog allerlei andere handycrafts zoals schilderijen, manden en de traditionele Bhutanese laars voor mannen.

Na de weverij reden wij naar de Memorial Chorten. De stoepa is gebouwd in 1974 ter ere van de derde koning, in Tibetaanse stijl met bovenop de gouden spits. Na de ingang door een mooie poort kom je op een groot complex met een tuin, de stoepa, mooie grote gouden gebedsmolens, een tempeltje om boterlampen te branden en een paar nog wat kleinere gebouwen en beelden. Begonnen met drie rondjes om de gebedsmolens, ze waren best zwaar. Tussen de gebedsmolens zaten wat monniken en ouderen te bidden. De tempel waar je boterlampen kunt aansteken is van binnen redelijk zwart geblakerd, de warmte van de vele brandende boterlampen komt je al meteen tegemoet. Je kunt drie boterlampen ontsteken voor 100 NG, ik heb er ook drie aangestoken, het voelde goed om dat te doen. De lampen worden aangestoken om verlichting te vinden. Vroeger werden de lampen gemaakt van yakboter, tegenwoordig maakt men gebruik van plantaardige olie.

Op naar de stoepa, deze heeft vier ingangen, vroeger waren deze alle vier open, nu nog maar eentje. De schoenen moeten uit om de stoepa te mogen betreden en dat betekent over het algemeen ook meteen dat je geen foto’s mag maken. Er zijn drie verschillende verdiepingen die je kunt bezoeken. Op elke verdieping zijn er mooie beelden en mandala’s te vinden. Overigens werd ook deze tempel gebouwd door de Royal Grandmother. Na het bezoek aan de binnenkant, de ronde om de stoepa met de wijzers van de klok mee afgemaakt.

Daarna was het alweer tijd om mij te melden bij de bus. De bus reed naar de heuvels rond Timphu, op naar de grote gouden Boeddha. De weg slingert langs allemaal gele vlaggen omhoog. Boven was het op de kleine parkeerplaats best druk en wij moesten een klein stukje naar de poort lopen. Het complex achter de poort is enorm en dat geldt voor de gouden Boeddha van 54 meter hoog net zo. De officiële naam van het beeld van de Boeddha is; Buddha Dordenma en het beeld werd opgericht ter ere van de 60ste verjaardag van de vierde koning. Het gebouw, de meditatiehal, onder het beeld kun je in, schoenen uit, en hier vind je 125.000 kleine gouden beelden van de present Boeddha, met de hand op de schoot naar beneden wijzend. De kleine Boeddhabeelden symboliseren de zegeningen voor vrede, welvaart en harmonie. Op het plein voor het beeld heb je een mooi uitzicht op de stad in de verte en het omliggende Kuensel Phodrang Nature Park.

Lunchtime! Erg benieuwd waar wij dit keer belanden. Aan de voorkant een ogenschijnlijk normaal restaurantje in een kleine leuke tuin, aan de achterkant een supermooi uitzicht over de omliggende omgeving, even een strategisch plekje kiezen voor het uitzicht en genieten maar weer. Vooraf champignonsoep en het buffet bestond o.a. uit rijst, kip en chimcurry van paddenstoelen en uien. Kon er met mijn goed gevulde maag wel weer even tegenaan en wij gingen op weg voor ons bezoek aan de oudste tempel van Thimpu, de Changangkha Lhakhang.
Een lama uit Tibet had deze plek hoog op de heuvel uitgekozen voor de bouw van de tempel in de 12e eeuw. De mythe gaat dat de beschermgoed van de tempel, Genyen Domtsangpa, kinderen zegent, veel ouders komen daarom met hun kinderen naar deze tempel toe. In de tempel een enorm bronzen beeld van de persoonlijke godheid Phajan in zittende houding met elf hoofden en duizenden armen. Wij mochten het voorstel gedeelte van de tempel in, het tweede gedeelte wordt afgeschermd door een hok met een monnik. Het tweede gedeelte is alleen toegankelijk voor locals. Buiten een rondje om de tempel gelopen en vele gebedsmolens een draai gegeven. Je komt na het rondje om de tempel weer op het binnenplein uit en tegenover de tempel een ruimte om boterlampen aan te steken en daarnaast nog een kleinere tempel, de Gönkhang (bescherm) tempel, alleen Bhutanezen mannen mogen de tempel betreden.

Na alle mooie heiligheden nu even tijd voor het nationale dier van Bhutan, de Takin. Het bijna mythische dier, lijkt nog het meest op een koe met de kop van een flinke geit, is te bewonderen in het Royal Takin Reserve, een kleine dierentuin. Via stevige groene constructies loop je naar het verblijf van de Takin. Op de hekken leuke, humoristische opmerkingen om te zorgen dat de Takin zo min mogelijk wordt gestoord, “No loud Music please! Our animals are not very fond of partying”. Er lopen aardig wat Takins rond, ook een paar jongen, rare beesten. Door grote gaten in het hekwerk kun je leuke foto’s maken. Het voederen van de Takin is verboden, ze staan op streng dieet om er goed uit te blijven zien (volgens een bordje op het hek). Wij hadden best wel wat tijd in de dierentuin en met samen met Betsie het pad na de Takins verder gevolgd. Onderweg een mooie zwart-witte vlinder op de foto gezet, later bleek dat dit een heel bijzonder exemplaar is, de Sergant vlinder. Het pad eindigt bij een volière met enkele grotere vogels, niet heel bijzonder en daarachter een koffietentje waar veel groepsgenoten al zat te wachten met een kop koffie en een taartje.

Al snel was de hele groep compleet en vond iedereen het prima om weer te vertrekken naar onze laatste stop van deze volle en indrukwekkende dag, de school of Arts & Crafts The National institute for Zorig Chusum. Jigme had al verteld dat de school dicht zou zijn in verband met het Timphu festival, maar de handicraft winkel met kunst van de studenten was wel open. Ik besloot eerst toch maar even naar de school te gaan, de studenten zijn er niet, maar je mag het complex wel op. Het schoolterrein bestaat uit klaslokalen waarvan er normaal een paar bezocht mogen worden en een privé gedeelte voor inwonende studenten. Midden op het schoolplein staat een mooi versierde, grote gouden gebedsmolen. Bij de poort een beeld van de vier vrienden, de olifant, de aap, het konijn en een vogel. Het is een mythe uit de “Jalaka tales of teh Buddha” en staat symbool voor het elkaar helpen, vriendschap en respect. In de winkel ook nog even rondgekeken, mooie gemaakte handicrafts.

In het hotel aangekomen even opgefrist en daarna met hetzelfde groepje van gister de toeristenkraampjes bezocht. Het zijn er een kleine 100 met veelal dezelfde waar en af en toe iets anders. Ik vond er een leuke koelkastmagneet, die is alvast binnen. Na de souvenirtocht bij de Yetibar, op vijf hoog, een afzakkertje genomen. Christina en ik gingen voor een Pandabier en de rest voor twee grote vazen met een Yeticocktail en hier zit echt van alles in. Het was een leuke en gezellige afsluiting van een mooie, intensieve dag. In het hotel lekker eten in buffetvorm, op mijn hotelkamer nog wat geschreven en daarna moe maar zeer voldaan mijn bed ingedoken.
Zaterdag 14 september
Vandaag wordt een bijzondere dag, wij gaan naar het Timphu Tshechu festival. Het festival duurt in totaal drie dagen en wij gaan er op de tweede dag heen. Het festival wordt voorafgegaan door dagen en nachten van gebed en rituelen om de goden aan te roepen. De maskerdansen worden uitgevoerd om de toeschouwers te zegenen, hen de Boeddhistische dharma te leren, hen te beschermen tegen ongeluk en het kwaad uit te drijven. Het is een jaarlijkse bijeenkomst waar de Bhutanezen op hun netst gekleed heen gaan om te vieren, de zegeningen te ontvangen en te bidden voor gezondheid en geluk.
Snel even ontbeten, nette kleding aan (benen en armen bedekt) en hup in de bus op weg naar het festival. Het Timphu Tshechu festival wordt gehouden op het grote plein, de Tendrel Thang, van de Trashi Chho Dzong, een tempel gebouwd voor de huidige koning. Hij is hier gekroond.

Voor de ingang stond een lange rij met net geklede Bhutanezen met grote, zware manden met allerlei lekkers. De toeristen mochten gewoon doorlopen, geen rijen, dat voelt toch altijd wat gênant en ongemakkelijk. Wij werden naar het Tendrel Thang plein geleid, de stenen tribunes zaten al behoorlijk vol. Eerst even van boven de dansen bekeken, daarna mochten wij naar beneden naar het plein. Het touw werd opgeschoven en wij mochten er samen met een groep Canadezen achter plaatsnemen, pal voor de toch wat kleinere Bhutanezen. Gelukkig kon ik goed aan de zijkant zitten, zodat ik voor niemand zijn of haar neus zat. Vanaf hier had je nog beter zicht op de dansen die midden op het plein werden uitgevoerd. De dansende mannen waren inmiddels vervangen door dansende mythische figuren met zware maskers en vele lagen zwierende kleding. Boven bij de tribunes stonden een aantal Bhutanezen te wachten en ook zij werden uitgenodigd om beneden te komen zitten. Het touw werd weer verlegd en de veelal Bhutanese kinderen namen plaats op de vrijgekomen eerste rij. Dat vonden de Canadezen niet zo leuk en die stonden op om vervolgens tegen de wil van de vele vrijwilligers in, hun dikke derrière voor de kinderen te planten! Voor de Bhutanezen zien wij er allemaal hetzelfde uit, ik schaamde mij echt dood en kroop steeds verder naar achter. Het ritueel met het touw werd nog een paar keer herhaald, gelukkig werden de Canadezen er nu nog nadrukkelijker op gewezen dat zij op hun plek moesten blijven zitten, voor slechts een enkeling was dat nog tegen dovenmansoren gezegd. Het chagrijn was bij de Canadezen van het gezicht af te lezen. Snap het niet dat mensen pas een goede vakantie hebben gehad als ze met de perfecte foto thuiskomen, geniet gewoon van het mooie moment! Anyway, verder verliep het allemaal soepeltjes en het plein, de tribunes en alles waarop je maar kon zitten of staan werd gevuld.

Gelukkig was het bewolkt en scheen de zon achter de wolken nog niet heel sterk, het was er goed uit te houden. De volgende dans met de mythische figuren begon en na een goed uurtje wist ik echt niet meer op welk vetje van mijn billen ik moest gaan zitten en ik besloot een rondje te gaan lopen om vooral te kunnen genieten van het festival vanuit elke hoek van de tempel. Ik liep de trap op naar de bovenste ring waar wij eerder vandaan kwamen. Je kunt daarachter het “orkest” langslopen naar de andere kant. Hier wilde ik op een leuk en druk punt even genieten, maar dat bleek niet zo handig, hier was ook één van de weinige wc’s en het was er echt loeidruk. Ik liep verder langs de bovenste ring, aan de ene kant tribunes en het plein en aan de andere kant een plateau waar voornamelijk ouderen even weg konden blijven van de drukte. De tribunes aan deze kant worden gescheiden door een inham met een muur, ook hier zaten Bhutanezen, best hoog boven het plein. Via het tweede deel van de tribunes kwam ik aan de overkant van het tempelgebouw en het orkest terecht. Hier was het wel even lastig om je door de menigte heen te wurmen, maar de vrijwilligers en agenten leidde alles in goede banen. In het midden van deze tribune bevindt zich de zitplaats voor de koning en koningin, rijkelijk bekleed met mooie gele doeken en uiteraard lekkere zachte stoelen. Op de hoogte van de koninklijke zetel langere tijd weer blijven staan. Ik had een mooi hoekje naast een container en had goed zicht op de monnik, die vanuit zijn raam alles gadesloeg, en het “orkest”.

Vanaf het punt achter de koninklijke zetel was er even geen doorkomen aan. Bhutanezen die graag weg wilden en een paar bussen Aziaten, allemaal in het wit gekleed, die juist graag de andere kant op wilden. Nadat de Aziaten voorbij waren, besloot ik richting de uitgang te gaan, ik had nog drie kwartier voor vertrek van onze bus en ik was nog lang niet door de mensenmassa heen. Ik kwam aan op de tribunes schuin achter de plek waar ik op het plein had gezeten. Helaas kon je er aan deze kant niet uit of naar beneden, er was hier ook alleen een hoge muur en ik moest dus weer terug naar de plek waar wij ook daadwerkelijk binnen waren gekomen, oepsie! Dat wordt heel krap! Ik liep terug naar de kant van de koninklijke zetel, maar om mij daar nu nog een keer doorheen te wurmen, dat ging hem niet worden. Helemaal bovenaan was er gelukkig nog een brede muur met gras, hier omhoog gegaan en dat ging langs dit stuk van de tribune redelijk vlot. Het hoekje om ging het eerste stuk ook nog goed, maar het tweede stuk was het gras één groot moeras geworden. Bhutanezen stonden in een lange rij op een hoge muur om aan het einde via een onofficiële weg met grote rotsblokken naar beneden te klauteren, op mijn sandalen leek mij dat niet de beste oplossing. Dan maar over het moerasgras omhoog en aan de andere kant via een ietwat steile helling door de modder naar beneden. Een modderige plas, een onhandige stap en flats, ik was tot op mijn onderbroek nat. Via het hek en wat handen van vrijwilligers de steile helling naar beneden gegleden. Niet echt een toeristenroute, ik werd ook wat verbaasd aangekeken, maar tja ik moest op tijd bij de bus zijn en dit was voor nu de beste optie. Mijn rok en sandalen zaten goed onder de blubber, maar ik was veilig beneden en kon mijn weg naar de bus vervolgen. Ik liep over een pad rechtdoor en ik dacht dat ik dan wel op de parkeerplaats uit zou komen. Voor mij liep een jong Bhutanees stel heel zelfverzekerd ook die kant op en ik ben hen maar gevolgd. Het pad ging over in gras en aan de achterkant van de tempel liep ik nu langs een hek en aan de andere kant de parkeerplaats. Een opening in het hek was er echter niet, het jonge stel begon ook te twijfelen en samen besloten wij om het hek maar te blijven volgens, ergens moest er toch een keer een opening komen. En ja hoor, die kwam er, bij de bewakers van de tuin van de tempel waar wij dus helemaal niet mochten komen. Het stel legde uit dat wij verdwaald waren en wij mochten gelukkig zonder gedoe de tuin uit, het brede pad op die uiteindelijk wel uitkwam op de parkeerplaats. Een paar groepsgenoten stonden al te wachten en de laatste paar kwamen er ook aan, de meeste waren ook net op tijd door de drukte heen. De bus werd gehaald en wij gingen op weg naar onze lunch. Dit keer een superluxe restaurantje en wederom eten in buffetvorm en weer heerlijk!

Na de lunch gingen wij naar de markt waar de lokale verse producten worden verkocht. Het is een grote, schone hal en erg fotogeniek. De mensen, de kinderen en de keurig opgestapelde handelswaar. Boven voornamelijk groente en fruit, beneden een paar kraampjes met gedroogd vlees en een paar met gedroogde vis. Aan de overkant van de weg, langs de markt dacht ik een leuke tempel te zien met een trap en een mooie hoge ingang. Gelukkig stond onze gids precies ook op dat punt en die vertelde dat het een voetgangersbrug over de rivier was. Aha! Nog beter! Ik had nog wat tijd en liep de trap naar de brug omhoog. Het is een mooie brede houten brug met aan beide kanten twee torens. In het midden van de brug is het even goed genieten van de kolkende massa onder je. Aan de overkant van de rivier is nog een markt. Aan de linkerkant typisch Bhutanese spullen en aan de rechterkant de textielmarkt. Ik had helaas geen tijd meer om de markt rond te lopen en ging weer terug naar de bus.


Onze laatste stop voor vandaag was bij de nationale sport van Bhutan, het boogschieten. Vlakbij het voetbalstation ligt de Archerybaan. Er werd druk gespeeld door een aantal mannen. Langs het veld staat een lange tribune en daar alles even zitten te bekijken. Aan de ene kant werden de pijlen afgeschoten en aan de andere kant stonden mannen bij het bord om de punten door te geven. Lang niet elke pijl kwam in het bord terecht of haalde überhaupt de overkant. Als de pijl niet in het bord kwam, gaven de mannen bij het bord dit aan door met hun handen naar beneden te wijzen. Haalde de pijl het dan strekte de mannen hun armen boven het bord uit. Waren er punten geschoord dan gingen de mannen naast elkaar staan wiegen. Erg leuk om mee te maken!

Weer terug bij de bus hadden wij de keuze, met de bus mee naar het hotel of lopen. Samen met wat groepsgenoten ging ik aan de wandel om zo onderweg naar het hotel nog wat leuke dingen mee te pakken. Als eerste kwamen wij in de feesttent die er was neergezet ter gelegenheid van het Timphu festival. Aan de zijkant veel mensen in gezellige zitjes en een DJ op het podium, het middenveld van de tent was vrijwel leeg. De tent stond voor het voetbalstadion, door wat spleten probeerde wij wat van de voetbalwedstrijd of training te zien. Niet veel verder vond ik een opendeur en wij glipten naar binnen. Het stadion is moderne en oude stijl gebouwd. Aan de overkant allemaal tribuneplaatsen met stoeltjes zoals je deze ziet in de huidige stadions en aan onze kant de VIP lounge, mooie geschilderde vertrekken, een lege ruimte waar tijdens de wedstrijden comfortabele stoelen worden geplaatst. Aan deze kant ter hoogte van de middenstip de tribune voor de koning.
Via een andere ingang liepen wij het stadion weer uit en kwamen op een kleine peuterkermis terecht. Heel simpel een schijf op een draaitoren die handmatig werd rondgedraaid. Op de schijf een grote vastgeknoopte knuffelhond, een loopkarretje, een fietsje een trekker. De kinderen tot een jaar of drie hadden het prima naar hun zin. In een kleine waterbak ernaast konden de peuters in een piepklein waterradbootje lekker varen, gelukkig ook veel medewerkers die de peuters naar de kant konden halen, want ze waren al slim genoeg om in het midden te blijven als het tijd was om uit te stappen.

Langs de rivier aan de overkant van het festivalterrein vervolgende wij onze weg naar het hotel, totdat wij een de linkerkant nog een mooie tempel ontdekte, de Zangto Pelri Lhakhang. Het was wat gaan regenen en er verscheen een regenboog die eindigede bij de tempel, mooi gezicht en op naar de pot met goud! Op het tempelcomplex de gebruikelijke grote en kleine gebedsmolens en een mooi beschilderde tempel waar wij foto’s mochten nemen van de aanwezig monnik, bofferts. De tempel is gebouwd in 1990 door Dasho Aku, de componist van het volkslied van Bhutan. Hij wijdde de tempel aan Guru Rinpoche.
Na de tempel nog even over de Bhutanese snuisterijenmarkt gelopen (bij de brug), daar een mooi gebedsmolentje gekocht. In een boetiekje bij het Capital Hotel moesten ook nog mooie doeken beschilderde doeken hangen, daar aangekomen bleek dat die collectie al weg was, nu waren er alleen nog piepkleine schilderijtjes ter grootte van een postzegel met daarop een bekend meesterwerk. Bij de brug zouden wij met het groepje weer verzamelen, maar wij liepen elkaar echt een paar keer goed mis, de ene helft was naar het Capital hotel gelopen om ons daar weer te ontmoeten en wij waren weer terug bij de brug, tijd voor koffie en thee! Bij een modern tentje neergestreken voor een kop lime/ginger hot water, beetje bitter maar toch ook lekker. Na de stop ben ik terug naar hotel gegaan, de blubber hing nog tussen mijn benen en zat ook nog tussen mijn tenen. Alles even lekker uitgespoeld en mijzelf ook weer even schoongescrobd. In het hotel snel even gegeten en daarna mijn bed in gedoken, het was een leuke mooie en heel indrukwekkende dag.

Zondag 15 september
Vandaag een reisdag naar Punakha. Tas weer ingepakt en snel even een ontbijtje naar binnen gewerkt. De tassen werden in de pick-up geladen en wij in de bus. Het was nog rustig in Timphu en wij waren in een mum van tijd de stad uit. Net buiten de stad hadden wij onze eerste fotostop, de Gouden Boeddha die over Timphu en de omgeving uitkijkt. Niet veel later stopten wij al bij de Dochu la, een pas op 3.140 meter hoogte. Het was er lekker fris, maar niet koud. Op de pas staan 108 kleine stoepa’s, deze zijn in 2005 gebouwd ter ere van de gevallen tijdens de opstand in het zuiden van Bhutan. Eerst beneden om de 108 stoepa’s heengelopen en daarna de trap op en tussen de stoepa’s door gelopen. Af en toe was er een klein gaatje in de bewolking en dan was het zoeken naar de Himalaya die je vanaf hier bij helder weer kunt zien. Helaas was de bewolking te hevig en was zelfs een glimp door de gaten niet mogelijk. Aan de overkant van de stoepa’s ligt het Royal Botanical park. Het eerste botanische park in Bhutan, het park werd geopend ter ere van de kroning van de koning in 2008. Een leuk parkje met af en toe erg glibberige paden. Vanaf het park heb je een mooi uitzicht op de 108 stoepa’s. Samen met Betsie was ik het parkje ingelopen en wij dachten dat je er een kleine rondwandeling kon maken, bovenop de heuvel bleek er echter een einde te komen aan het pad en moesten wij via hetzelfde pad weer terug. Op een holletje over de glibberige stenen, want de bus stond op het punt om te vertrekken. Half buiten adem bij de bus aangekomen, waren wij nog bijna de eerste, de rest zat nog op de WC, pfoe!

Na een goed uurtje tuffen in de bus, hadden wij de keuze om lekker even de benen te strekken en naar beneden te lopen langs de rijstvelden of in de bus te blijven zitten. Het was lekker weer en ik koos voor het benenstrekmomentje. Momenteel wordt er in de omgeving van Timphu maar één keer per jaar rijst geoogst. De jongeren trekken naar de stad, waardoor er te weinig mankrachten zijn om meerdere keren per jaar te oogsten. De rijstvelden liggen er mooi groen bij. Langs de weg staan ook veel gebedshuisjes, soms goed onderhouden en soms goed vervallen. Nu mooi even de tijd om er eentje op de foto te zetten. Een paar bochten verder stond de bus weer klaar om verder te gaan met ons aan boord. Wij kwamen weer dichter bij een dorpje en dan schieten de marktkraampjes langs de weg als paddenstoelen uit de grond, gevraagd of wij er bij eentje konden stoppen en niet veel later stonden wij dan ook stil bij een kleine parkeerplaats met een stuk of tien kraampjes. Een tros met kleine bananen gekocht en uitgedeeld. Bij het stalletje van een lief oud vrouwtje nog een zak pelpinda’s gekocht. Daarna snel weer verder, anders werd de lunch koud, ben benieuwd! De lunchstop ligt in een mooie vallei en vanaf de stop had je een goed uitzicht. Lunch in buffetvorm, kip, groente en mjam, mjam Chilli Cheese! Als toetje ijs met een dopje rum voor de dames en een flinke scheut voor de mannen, wat een verwennerij!

Vanaf de lunchplek kon je lopend naar de tempel van de vruchtbaarheid. Door mooie groene rijstterrassen, langs door een waterrad aangedreven gebedsmolen en door het dorpje dat grenst aan het complex van de tempel van vruchtbaarheid. Op de muren van de huizen en winkels een penis met een strikje eromheen, het symbool in Bhutan voor vruchtbaarheid en bedoeld om kwaadaardige roddels en het boze oog te verjagen. De tempel, de Chimi Lhakhang, ligt boven op een heuvel, via een bosrijk pad omhoog kom je op het complex. Bij de Bodhi boom op het complex vertelde de gids wat over de tempel. De tempel is gebouwd ter ere van de “Divine Madman”, Lama Drukpa Kunley, een wat onorthodoxe onderwijzer van het Boeddhisme. Hij is ook degene die een houten penis meenam uit Tibet, de houten penis is versierd met een zilveren handvat en wordt gebruikt om mensen die de tempel tijdens hun bedevaart bezoeken, te zegenen. Met name vrouwen zoeken die zegeningen op, met de hoop op goede vruchtbaarheid. In de tempel staat het beeld van Lama Kunley, naast Zhabdrung en de Chenresig met haar 1.001 armen. In de tempel ligt ook een plakboek met foto’s van kinderen die vermoedelijk door de zegeningen in de tempel, zijn geboren. Zij dragen allemaal als tweede naam Chimi of Kunley. Wij hadden ruim de tijd om de tempel te bezichtigen, bij de Bodhi boom weer verzameld en daarna met zijn allen over het groene pad terug naar de bus gelopen.

De weg vervolgde zich weer door de mooie vallei en aan het einde van de weg op de parkeerplaats van het nabijgelegen monnikenklooster annex jongensschool stapten wij uit. Te voet liepen wij over het betonpad vergezeld door fantastische uit- en vergezichten naar het kloostercomplex. De jongens waren op het binnenplein druk aan het voetballen, maar namen graag even de tijd om ons te verwelkomen en een paar woordjes Engels te praten. Er wonen ongeveer 150 jongens die allemaal opgeleid willen worden tot monnik, ze zijn tussen de zeven en twaalf jaar oud en zijn vrij om het klooster weer te verlaten als het hen niet bevalt of als ze toch wat anders willen worden. De bijbehorende tempel werd speciaal voor ons geopend en onze gids kreeg ruim de tijd om zijn uitleg over de school, het klooster en de tempel te geven. Wij kregen nog voldoende tijd om daarna over het complex te wandelen. Om het centrale plein van het complex heen staan de slaapvertrekken van de jongens, schoenen voor de deur en uit de kamers klonk gelag. Bij de verbrandingsoven lagen wat oude schoolschriften en boeken klaar om verbrand te worden. Bij het verlaten van het complex werden wij met een uitbundig “Bey” en vrolijk zwaaiend gedag gezegd. Nog even genoten van het uitzicht, wat een fijne plek!

Op naar onze laatste top op onze route naar Punakha, het nonnenklooster “Sangchen Dorji Lhendrub Cheling Nunnery”. Op een agressief blaffende hond na, was het er vrij rustig. Er verblijven 120 nonnen en het klooster is opgericht door de schoonvader van de vierde koning (degene met de vier vrouwen). Na zijn dood werd zijn as verwerkt in de twee stoepa’s die bij de ingang staan en een deel werd verwerkt in de mooi reliek in de tempel. Achter de tempel ligt een stoepa in Nepalese stijl, een replica van de Bodnath stoepa in Kathmandu. Om de tempel heen staan nog wat kleinere ronde stoepa’s en daartussen de vertrekken van de nonnen. In de tempel vertelde de gids over het ontstaan van de tempel en een aanwezig vriendelijk non vertelde over het nonnenleven. Een non kan je pas worden vanaf 17 / 18 jaar en omdat zij op die leeftijd al een bewuste keuze kunnen maken, word je non voor het leven. Bij het weggaan uit de tempel een leuk gehaakt armbandje met de kleuren van de gebedsvlaggetjes gekocht, hiermee steun je de nonnen bij het onderhoud van hun tempel.
Na deze leuke en interessante stops reden wij nog een klein half uurtje verder naar ons Hotel Sonamgang in Punakha. De helling voor het hotel was ietwat steil en er moest een behoorlijke dot gas gegeven worden, de bus had het moeilijk maar met de rijvaardige kunsten van Kharma hebben wij het gered. Het hotel ligt wat afgelegen en biedt daarmee een mooi uitzicht over de vallei.

Maandag 16 september
Een vrije dag in Punakha, eerst even ontbeten, Brinta en een gebakken ei. Met een rugzak met van alles begonnen aan een volle dag in de omgeving van Phunakha. Al snel stopte de bus bij de Punakha Dzong, vanaf hier, de overkant van de rivier, hadden wij een mooi uitzicht op de Dzong en de woest stromende rivier eronder. Niet veel verder is het startpunt van de wandeling naar de Khamsum Yuelley Namgyai Chorten en het vertrekpunt van de rafttocht over de rivier. De wandeling start over een ietwat flexibele brug over de woeste rivier, de brug hangt vol met de kleurrijke gebedsvlaggetjes. Na de brug ga je verder over het smalle wandelpaadje langs de groene rijstvelden en de koeien. Het pad stijgt en na elke bocht is het uitzicht daarmee weer anders, genieten! Op sommige stukken was het pad omhoog best pittig, maar wij hadden voldoende tijd en die ook genomen mede ook om te genieten van de omgeving. Sneller dan verwacht doemde de treden van de Chorten voor ons op.

Via de mooie toegangspoort kom je op het mooi onderhouden, groene complex van de Khamsum Yuelley Namgyai Chorten. De chorten mag je alleen bedekt betreden, dus rok over mijn broek, jasje aan over mijn toch al bezwete lijf en hup de chorten in. De chorten heeft meerdere verdiepingen en Jigme gaf bij de eerste wat uitleg en daarna konden wij zelf op verkenningstocht. Het duurde acht jaar voordat de tempel in 1999 klaar was. De tempel is gewijd aan de vijfde koning en het ontwerp is van zijn vrouw. De chorten moet bescherming bieden aan Bhutan, je vindt er dan ook veel olifanten en religieuze figuren op snowlions, veelal omringd door een vlammenzee. Op de bovenste etage, het dak van de chorten kun je foto’s maken van de omgeving, maar niet van de Boeddha in het nisje in de tempel, want die staat IN de tempel, gelukkig kwam ik daar net op tijd achter. Op het dak even flink genoten, wat een prachtig groene omgeving, kolkende rivieren in de verte en een serene stilte. Na alle trappen weer afgedaald te zijn, mijn rok weer uitgedaan en mijn wandelschoenen weer aan en begonnen aan de afdaling naar beneden. Het eerste deel gaat via een andere weg, maar als snel loop je weer op hetzelfde pad als naar boven. Er waren nog best wel wat mensen die naar boven wilde en het was inmiddels pittig warm aan het worden. Op een strategisch bankje bij een mooi uitzichtpunt iedereen even laten passeren en ondertussen maar weer even genoten van het uitzicht en de zon. Beneden aangekomen nog wat beestjes gezellig op de foto gezet om vervolgens ook gelijk de lege brug maar even mee te pakken.

Bij het raftcenter aan de overkant van de brug waren een paar reisgenoten die graag wilde gaan raften, maar nog niet genoeg om de boot voldoende te vullen. Zal ik? Twijfel, twijfel, uiteindelijk toch overgehaald door Betsie en Kenneth. Alle spullen de bus in, veel te grote slippers aan en de rafttent in om in een lifejacket gehezen te worden en een helm te laten aanmeten. Nog even een (laatste) foto en daar gaan we! Ik ging als tweede de boot in en zat samen met Kenneth op de eerste rij, oei! Iedereen had zijn plekje ingenomen en wij kregen nog wat korte instructies; go, stop, en block feet. Voor dat wij het wisten waren wij afgeduwd en dreven wij de goed stromende rivier op. Wij moesten meteen aan de bak om de boot in de juiste richting te krijgen. Onder de voetgangersbrug door en de vaart zat er vervolgens meteen goed in. En ja hoor, daar was ook de eerste grote golf, vol over Kenneth heen en Betsie daarachter ving ook nog het nodige op. Het was meteen dikke pret, totdat ik de volle laag kreeg en Joyce achter mij, toen was het hek van de dam en vergaten wij even dat wij ook nog moesten peddelen. De eerste goede stroomversnelling kwam en wij moesten onze voeten in de rand van de boot duwen zodat wij daar wat houvast hadden en niet meteen uit de boot zouden kieperen. Ik vond deze eerste stroomversnelling wel even spannend en uiteindelijk supertof en piece of cake! Lekkere snelheid en de wind om weer een beetje droog te waaien tot direct daarna weer een flinke plens de boot in werd gejaagd. Daarna werd de rivier wel even wat rustiger en konden wij van de zon en de omgeving genieten. De stroomversnellingen en het rustige water wisselde elkaar in een mooi tempo af. Echt veel spannender dan de eerste stroomversnelling werd het niet en een kleine drie kwartier later konden wij alweer aanmeren. Slippers aan en in de zon gewacht op de bus waar wij lekker zeiknat in klommen. Niet veel verder was onze lunchplek en ik dacht ineens weer aan mijn tempelrok in de rugzak, heerlijk iets droogs aan mijn kont. Een lunchbuffet met Chilli Cheese, alles was weer even lekker.
De middag was gereserveerd voor een bezoek aan de Punakha Dzong. De huidige Dzong werd afgebouwd in 1638, later werden de kapel, tempels en andere verblijven gebouwd. Door een aantal branden werden delen van het gebouw verwoest en weer opgebouwd. De Dzong wordt door de Bhutanezen gezien als het mooiste gebouw van hun land. De Punakha Dzong is de tweede Dzong die gebouwd werd. Tot midden jaren 50 zat de regering hier en alle vijf de koningen zijn hier gekroond. Via de Suspension Bazam brug kom je op het complex, de brug is in 2008 herbouwd nadat de brug uit 1958 door een overstroming was verwoest. De Dzong zelf betreed je met een steile houten trap omhoog.

Je komt na de groten houten poort op een grootplein met een stoepa en een Bodhi boom. Aan weerzijde zijn nog wat gemeentelijke kantoortjes. Via een kleine hal kom je op een tweede plein, hier zijn twee tempels. Ik ben alleen de grote tempel in geweest. Hier staan 54 pilaren, ze lijken helemaal van massief goud, maar als je er tegenaan klopt hoor je dat ze hol zijn. Aan weerskanten in de tempel vele beelden die daar geplaatst zijn met forse bijdragen van de Bhutanezen. Tegen de achtermuur van de tempel de drie bekende beelden van Boeddha, Guru Rinpoche en aan de andere kant Zhabdrung. Het dak van de tempel en met name de balken zijn mooi beschilderd. Op de muur bij de ingang van de tempel wordt het leven van Boeddha uitgebeeld. Mooi kleurrijk en goed onderhouden schildering. Via een soort burchtgang kom je aan de achterkant van de Dzong, met aan de ene kant wat verblijven voor de monniken en aan de andere kant de gang in de muur. Na een goed anderhalf uur in de Dzong te hebben rondgedwaald werd de bus weer voorgereden en gingen wij na een mooie intensieve dag weer terug naar ons hotel. Op het terras van het hotel genoten van een kopje thee en de zon onder zien gaan, het was weer een mooie intensieve dag!

Dinsdag 17 september
Heerlijk geslapen en redelijk bijtijds weer wakker, rustig aan opgestart, ontbijtje erin, tassen in de truck en alweer op weg naar ons volgende hotel, wat gaat deze reis gevoelsmatig snel! Het wordt vandaag een lange reisdag naar Bumthang, zo een zeven a acht uur inclusief stops. De eerste stop was er eentje met thee en lekkere koekjes in een mooie ruimte van een hotel. De kozijnen gezellig geschilderd en een kast met leuke snuisterijen waar een deel van de groep goed op los ging. Wij passeerden verschillende dorpjes en klommen alweer aardig omhoog. Bij een mooie grote Nepalese stoepa, een kopie van de Swayambhunath in Kathmandu, hadden wij een sanitaire stop. De WC was niet echt super, de omgeving was dan wel weer leuk. De Chendebji Chorten, de officiële naam van de stoepa, werd eind 19e eeuw gebouwd om de overblijfselen van een kwade geest te kunnen begraven. Het complex is best groot, een fijn grasveld waar je mag kamperen en picknicken (voor ons nog te vroeg, helaas). Er verblijven ook monniken en deze hadden les in één van de gebouwtjes. De bel ging en de deuren vlogen open, de monniken kwamen naar buiten, vrolijk zwaaiend op weg naar hun lunch.

Wij reden weer verder, de Magdue vallei in. Door de vallei stroomt de Magdechu rivier met daarin een grote dam. De waterkrachtcentrale is gebouwd met steun van India en werd voor het eerst in 2019 in gebruik genomen. Er wordt voldoende elektriciteit geproduceerd voor heel Bhutan, wat overblijft wordt geëxporteerd naar India.
De weg slingerde lekker de vallei door en ineens werd het stuur naar links gegooid, een steile helling op en daar stonden wij bij het mooi hooggelegen Yangkhil resort voor onze lunch. Vanaf deze plek heb je een mooi uitzicht op de eerste Dzong van Bhutan, de Trongsa Dzong. Na de lekkere lunch alvast naar beneden gelopen, daar was het uitzicht op de Dzong en de daarbij behorende Ta Drong, een wachttoren waar nu een museum in gehuisvest is, nog beter. De weg zigdzagde zich nu nog meer omhoog, wij rijden nu op de Yutong la pas op 3.425 meter hoogte. Mooi benenstrekmomentje met wederom fantastische vergezichten en lekkere frisheid. Op de pas staat het vol met gebedsvlaggen en 108 witte vlaggen, in het midden van de weg een kleine Tibetaanse stoepa. De oude handelsroute liep ook over deze pas. Na het oversteken van de pas rij je de Chhume vallei in en daarmee ook Bumthang. Onze laatste stop was bij een grote handicraft & art winkel. Enorme maskers, veel snuisterijen en een happy toilet. Nog een goed uur geslingerd en getuft, maar dan heb je ook wat. Het mooie, op een heuvel gelegen, Yu-Gharling Resort. Het is een groot resort dat uitkijkt over de vallei. Ik had een kamer met balkon en een fantastisch uitzicht op de vallei, zithoekje en bruin water uit de kraan en douche, dat dan weer wel. Het kan hier flink koud worden, er stonden al twee elektrische kachels klaar. Toch maar gekozen voor een extra dekbedje, vind het toch altijd wat spannend met elektrische kacheltjes. In de hotelbar gezellig gezeten met nog een gemengde groep Europese toeristen en genoten van een Druk Lager bier. In het naastgelegen restaurant werd het buffetdiner geserveerd, had nog niet veel honger, wel van alles wat geproefd, het was weer erg lekker.

Woensdag 18 september
Best geslapen in mijn holletje onder de berg dekens. Het was nog wel redelijk vroeg, lekker op het balkon genoten van het uitzicht en de was buiten gehangen. Ontbijtje met scrambled egg, kippenworstje en aardappeltjes, vooral de worstjes waren erg lekker pittig, mjam. Gister in de bus terug had Jigme ons al een keuze gegeven, of twee uur terugrijden naar de Trongsa Dzong, nog wat andere tempels en het museum of naar een festival in een nabijgelegen dorp en daarna een bezoek aan twee tempels (strongly advised). Unaniem kozen wij voor de tweede optie. Het festival, The Fire Blessings (Mewang), vindt al sinds de 13e eeuw plaats. Er zijn feestelijkheden met zang, dans, muziek en kleurrijke kleding. Door drie keer over het vuur te springen geloven de Bhutanezen dat zij worden gezuiverd en dat zij het komende jaar beschermd zijn tegen pech en tegenslagen, tevens geloven zij in zegeningen voor een goede oogst, vrede en welvaart.
De bus vol met festival enthousiastelingen vertrok snel en niet veel later kwamen wij aan bij de Thangbi Lhakhang tempel waar het al gezellig druk was met Bhutanezen in hun mooiste kleding. Buiten de tempel stonden twee grote torens met hout en stro, hier gaat het straks allemaal gebeuren! Via een laantje kom je bij de daadwerkelijke poort naar de tempel en het binnenplein. Veel Bhutanezen zaten al klaar en een enkele toerist rende nog even de tempel in. Zo ook een groepje Indiërs met goede plekken, mooi daar kan ik nu zitten, recht voor de tempel, beter kan bijna niet. Van een Bhutanees mannetje kreeg ik nog een stukje karton aangeboden om op te zitten, zit toch net iets lekkerder dan met je kont op de grote keien. In de tempel was op de bovenverdieping al een ritueel begonnen. Het werd drukker en drukker en ineens kwamen er over het middenpad allemaal dansers aangerend. Er werd een dans uitgevoerd en uit de tempel kwam de spiritueel leider en de dansers danste verder en terwijl er fakkels werden aangestoken. De spiritueel leider gevolgd door de dansers en de mannen met fakkels verlieten de tempel.

Iedereen mocht daarna aansluiten en wij verlieten de tempel naar het grasveld met de twee grote stapels met hout en stro. In een kring ging iedereen om de twee stapels heen staan en er werd nog een vuurceremonie uitgevoerd, de stapels werden aangestoken en de hitte was meteen intens. De kring werd groter en vanaf één kant van de stapels begonnen de Bhutanezen tussen de twee stapels door te rennen om vervolgens achteraan weer aan te sluiten en het ritueel nog twee keer te herhalen. Op een gegeven moment stortte één van de twee stapels in, dat ging maar net goed! De hitte nam wat af en het vuur begon uit te branden. Na een afsluitende ceremonie op het veld, liep iedereen achter de spiritueel leider weer aan het tempel plein op, daar ging de ceremonie weer verder met gemaskerde dansers. Ik had het wel even gezien met de ceremonie en ging nog even buiten het tempelplein kijken. Daar was een kleine, gezellige braderie en een kinderkermis. Voor de volwassenen, met name voor mannen, was er darten, een balletje in een gaatje spel (gokspel) en uiteraard boogschieten. Bij een stalletje water en lyche sap gekocht, even wat suiker in de warmte en door mijn water was ik inmiddels ook wel heen. Op de braderie een key-koord gekocht met de gezellig gekleurde gebedsvlaggetjes. Vanuit de tempel klonk weer wat andere muziek en ik ging nog even terug. De dames van het ontvangstcomité waren nu sierlijk aan het dansen. Langs het middenpad vond ik nog een gaatje om te zitten. Niet veel later ging een groep Bhutanese mannen weg en ik kreeg front-row een houten krukje aangeboden, wat een mazzel! Er werd iets van kleine broodjes gezegend en deze werden door de gemaskerde dansers uitgedeeld aan met name kinderen. De ceremonie was voor nu even klaar.

Wij verzamelde ons bij de bus en vertrokken naar onze lunchplek, eindelijk dumplings met pittige saus, erg lekker! De lunch werd door Jigme werd erg gerekt, hij vertelde niet waarom en weg wilde hij maar niet. Om stipt twee uur moesten wij vertrekken en wij reden naar de Jambay Lhakhang tempel. De tempel is rond 659 gebouwd door een Tibetaanse koning. Op het binnenplein van de tempel kon je de gebedsceremonie van de monniken goed horen, de bekkens, het zachte getingeld en de blazers op de hoorns. Nu werd ook wel duidelijk waarom Jigme zo aan het rekken was! Tijdens de ceremonie mochten wij wel gewoon de tempel in, dat voelde wel wat raar, voorwaarde was wel dat wij door zouden lopen en fotograferen mocht uiteraard niet. Na een rondje door de tempel was er buiten ook nog genoeg te zien. Vier grote, gekleurde gebedsmolens bij de ingang van het plein en een aantal mee biddende ouderen.

Niet veel verder vanaf deze tempel ligt de Kuje Lhakhang tempel, dit konden wij te voet afleggen. Langs de rijstvelden, over een karrespoor, loslopende koeien, stoepa’s en kleine tempels, alles passeerde ons pad. Na een klein half uurtje kwamen wij al aan bij de grootste tempel tot nu toe. De tempel is één van de belangrijkste in Bhutan, in de tempel vind je de lichaamsafdruk van Guru Rinpoche. Het tempelcomplex bestaat uit drie geschakelde gebouwen, waarvan de rechtse de meest oude is. Dit deel is gebouwd in 1652, in de tempel staan 1.000 kleine beelden van Guru Rinpoche. Het belangrijkste beeld is uiteraard ook van Guru Rinpoche. Achter het beeld is de meditatie grot waar hij zijn lichaamsafdruk heeft achtergelaten. De tweede, middelste tempel is gebouwd in 1900 door de eerste koning van Bhutan. De derde tempels is vervolgens in 1984 gebouwd door de vrouw van de derde koning. In de laatste twee tempels zijn wij niet binnen geweest. Net buiten de tempel in een rots een kleine inham met daarin veel kleine gedenkstoepaatjes.
In het stadje van Bumthang kregen wij nog even de gelegenheid om te winkelen en souvenirs te shoppen. Mooie gebedsvlaggetjes gevonden en een klein zakje pittige chips, mjam.
’s Avonds in het hotel weer prima gegeten.

Donderdag 19 september
Na een goede nacht en een lekker ontbijt verlieten wij het mooie Yu-Gharling Resort om te beginnen aan een reisdag naar de Gangtey vallei. Onderweg hebben wij weer verschillende stops, dit ritme van een dag op “locatie” en een reisdag met bezienswaardigheden bevalt mij prima! Het eerste gedeelte over de Bumthang – Ura highway was dezelfde weg als dat wij gekomen waren. Via de Yongtola pass en de slingerende wegen reden wij nu naar de Trongsa Dzong om het museum in de bijbehorende Ta-Dzong te bezoeken. In het museum is veel over de geschiedenis van Bhutan te vinden, met name het ontstaan van het koninkrijk en de vijf koningen. Er zijn veel attributen van de koningen bewaard gebleven, kroningsgewaden, de raven crown en een radio gebruikt door één van de koningen. Natuurlijk ook veel beelden van Zhabdrung, de stichter van Bhutan. Er draait een goede informatiefilm. De Ta-Dzong is gebouwd in 1652 ter bescherming van de interne opstand en op de bovenste verdieping heb je, in de buitenlucht, een fantastisch 360 graden uitzicht over de omgeving.

Wij reden weer verder over de highway en net voordat wij de volgende pas zouden overrijden, kwamen wij eindelijk een yak tegen. De yak zag er erg slecht uit, vol vliegen en schurftige plekken. Normaal leeft de yak in een kudde, maar die was nergens te bekennen, dat is geen goed teken. Niet veel later werden wij op ons volgende dier, de Gouden Langooraap getrakteerd. Dagen ben je aan het speuren en nu beide kort op elkaar, leuk! De hele bus werd lyrisch en nog lyrischer toen bleek dat het een grote groep Langoorapen met jongen was. Jigme liet de bus stoppen, vanaf daar konden wij de apen goed zien en was het niet ver meer de pas op waar wij toch al zouden stoppen. De Langooraap is een bedreigde diersoort en komt alleen in hier in Bhutan in de natuur voor. In de zomer kleuren de apen zilverwit en in de winter kastanjebruin.

Wij liepen de pas verder op, de Pelela Chorten Lhakhang. Het is niet de mooiste pas uit ons rijtje. De pas is 3.423 meter hoog en trekt over de Zwarte bergen en is de natuurlijke grens tussen west en centraal Bhutan. Op de pas een aantal stalletjes met eten, drinken en voornamelijk sjaals. Volgens de verkoopsters gemaakt van baby yak wool, maar daarvoor waren ze wel erg goedkoop, de waarheid zal wel ergens in het midden liggen. Overigens geen sjaal gekocht, de leuke kleuren waren snel weg, wat overbleef was niet echt mijn smaak. Op de pas zelf was het best bewolkt, wij hebben niet veel van de omgeving kunnen zien.
Tegen het eind van de middag kwamen wij aan in de mooie Gangtey vallei. De wegen hier zijn karrensporen met flinke rotsen en stenen. Al hobbelend in de bus bereikten wij ons hotel, het Yangkhil Resort. Via een voetgangersbruggetje kwamen wij bij de ingang, oepsie het hotel leek nog dicht te zijn. Er was geen beweging in de mooie zware deur te krijgen. Jigme belde met de eigenaar en een kleine vijf minuten later werd de deur ontsloten. Ze waren nog bezig met het schoonmaken van de kamers en de voorbereidingen voor het diner. Wij kregen een kopje groene thee en de kamersleutels werden verdeeld. Ik had een kamer, net als de meeste, in het bijgebouw aan de overkant. De kamers zijn volledig van hout. De elektrische kachel stond al klaar en op het bed fijne dikke dekens. Mijn tas gedropt en daarna begonnen aan een wandeling richting het nabijgelegen dorp. Het liep echter al tegen schemer en de weg naar het dorp was langer dan verwacht en onderweg een paar spannende grote koeien op mijn weg tegengekomen. Bij de brug naar het nog steeds verder dan verwacht gelegen dorp kwam ik Carolien tegen, zij was al op de weg terug. Samen liepen wij weer terug richting ons hotel. Net voor de splitsing naar het hotel aan de ene kant en een klooster aan de andere kant kwamen wij Betsie, Catherina, Jeroen, Joyce en Kenneth tegen. Kenneth had een leuke korte route naar een uitzichtpunt gevonden en Carolien en ik liepen mee. De schemer was nog niet ingezet, dus dat gingen wij wel halen. Het pad liep over het terrein van het klooster, het hek naar het klooster was dicht voor auto’s, gelukkig wel een houten plank dat diende als bruggetje over het lagere gedeelte van het hek. Wij staken het ietwat modderige grasland voor het klooster over. Achter de verblijven van de monniken vervolgde het pad zich, het was hier wat meer moerasachtig. Kennelijk is dat wel normaal want overal lage planken en waren vlonders aangelegd. Een kleine rivieroversteek en daarna ging het pad over in een bergpaadje. Het slingerde lichtelijk omhoog tot een kleine stoepa. Vanaf hier had je al een leuk uitzicht. Wij stopten hier om van de omgeving te genieten en de aankomende donkere regenwolken te aanschouwen. Snel keerden wij weer terug naar ons hotel, achtervolgd door de dreigende lucht. Wij waren net binnen toen het zachtjes begon te regenen.

Het buffetdinner stond al klaar en wij konden vrijwel direct aanschuiven. Samen met Betsie en Catherina genoten van een lekkere Bhutanese rode wijn. De regen was nog niet gestopt, het was alleen maar harder gaan regenen, op een drafje liep ik terug naar mijn kamer om lekker onder de wol te kruipen. Rond een uur of half twee werd ik wakker van wat gerommel in de verte. Het gerommel en de flitsen kwamen in een rap tempo dichterbij totdat het onweer nagenoeg boven ons hing. Je hoorde de hemel openscheuren door de flits en meteen daarachteraan een oorverdovende klap van de donder. De draak is vrolijk en blij, maar mijn hart zit echt in mijn keel en ik scheet even bagger. De stroom is uitgevallen en zeer waarschijnlijk is het in de nabije omgeving ingeslagen. Het bleef nog even flink tekeergaan, na een tijdje begon het onweer toch wat af te nemen en kon ik weer rustig in slaap vallen.
Vrijdag 20 september
Gelukkig, er is weer stroom. Bij het ontbijt vernomen dat de bliksem was ingeslagen in de nabijgelegen zendmast. Gelukkig verder geen gedoe en schade.
Vandaag is het een “wij doen het rustig aan dag” en daarmee hadden wij na een onrustige nacht, de klap was niemand ontgaan, alle tijd om rustig op te starten. Alleen een bezoek aan de volière met twee gewonde zwartnet kraanvogels en een klooster. De vallei staat bekend om de zwartnek kraanvogels die elk jaar vanuit Nepal komen om hier te overwinteren. Het moet een prachtig gezicht zijn, al die kraanvogels in het dal. Wij zijn net even een maandje te vroeg en moeten het dus doen met de gekooide zwartnek kraanvogels.
Met de bus gingen wij op weg. Bij de weg naar boven naar de volière bleek dat onze bus/Karma de draai niet kon maken. De wegen zijn echt krap hier, want zo groot is onze bus nu ook weer niet. Jigme besloot om de volière na de lunch te bezoeken, dan zou Karma een andere aanrijroute kiezen. Wij werden gedropt bij het Gangty klooster. Het klooster is in 1613 gebouwd boven op een heuvel en je hebt er een mooi uitzicht over de omliggende omgeving. Het was nog wel een beetje een zooitje in het hoofdgebouw en de monniken waren druk in de weer. De vorige dag was er een groot festival. Een belangrijke monnik was ook nog aanwezig en hij stond op het punt om uit één van de verblijven naar buiten te komen. Er stonden allemaal politieagenten klaar om hem een witte sjaal te overhandigen en vervolgens het dorp uit te begeleiden. Het wachten duurde wat lang en Jigme was al drie keer klaar met zijn uitleg. Wij gingen de hoofdtempel in, net toen wij binnen waren, zag de monnik zijn kans schoon en ging er vandoor. In de tempel vertelde Jigme nog wat over de geschiedenis. Het klooster is in 2001 na het ontdekken van een allesvretende houtkever volledig gerestaureerd naar zijn huidige status. Binnen staan de bekende beelden en zowel binnen als buiten mooie muurschilderingen.

Vanaf het klooster gaan wij lopend terug naar ons hotel. Eerst even een sanitaire stop bij het toilet naast het klooster, een deel daarvan was volledig ingestort, kapotte deur, geen deur, een halve ik ben er nog net deur. Nou ja, sluizen open en gaan!
Na het bezoekje aan het vervallen toilet liepen wij de heuvel af door het dorp Gangtey, ook wat leuke winkeltjes dus we liepen wat vertraging op. Verder was het langs de weg naar beneden een druk gedoe. De braderie van de vorige dag werd opgeruimd en de kleine vrachtwagentjes reden af en aan. Er lag ook best veel troep op de grond en dat is voor Bhutan wel even wennen. Achter de braderie liep een pad naar beneden. Door de regenval van de nacht was het best glibberig geworden en was het goed oppassen. Via een mooie groene vlakte liepen wij het dennenbos in. Het pad slingerde lekker door het bos heen en was goed begaanbaar en redelijk vlak. Na het bos kwamen wij bij een hutje vanaf waar je een mooi uitzicht over de vallei hebt. Na het hutje vervolgende wij het pad weer door het groene dal en uiteindelijk kwamen wij op het pad met de stoepa waar wij de vorige dag ook even waren geweest. De groep was inmiddels best uiteengerukt en ik liep ergens lekker alleen genietend in het midden. Via de vlonders en het klooster kwam ik bij het hek, dat stond nu gelukkig en dus geen geklauter over de houten trap, fijn! Het karrespoor slingert zich om het weilandje heen, ik hand niet veel zin om helemaal om te lopen, het begon ook weer wat te regenen. Ik besloot een short cut over het weiland te nemen. Aan het begin was de short cut wat drassig, maar met snelle lichte stappen goed te doen. In het middenstuk werd het toch allemaal nog wat drassiger en bij de volgende stap zakte ik tot mijn knie de drassige grond in. Voor mij een plankje in het gras waarop ik mijzelf kon opvangen en mijn achterste voet stond nog redelijk stabiel. Ik voelde dat mijn been wat werd vastgezogen. Met alle kracht en goede plop trok ik mijn been uit de drassige grond. Mijn schoenen had ik gelukkig tot boven mijn enkels vastgeknoopt anders was ik de ene toch echt wel kwijt geweest. Zo snel als mogelijk en via plankjes en stenen begaf ik mij naar de overkant van het weiland, naar het karrespoor. Oef, die short cut was niet zo handig! Over het karrespoor liep ik terug naar het hotel, vurig hopend dat er niemand in de lobby zou zitten en ik naar mijn kamer kon sneaken. Helaas, ik moest toch even vertellen wat ik had uitgevreten en waarom ik er zo uitzag….. Daarna snel omgekleed, andere schoenen aan en door naar de lunch in het hotel.

Rond twee uur stond de excursie naar de zwartnek kraanvogel op het programma. Wij kwamen weer van de verkeerde kant aan en besloten daarom naar boven te lopen zodat Karma een stukje de verder de bus kon draaien. Het was leuk om de zwartnek kraanvogel, waarvan er over een maand honderden in de vallei neerstrijken, in het echt te zien, maar daar was ook alles wel mee gezegd. De regen hielp ook niet echt mee. Wij liepen terug naar de bus, de regen werd minder een een deel van de groep besloot om lopend terug te gaan naar het hotel. Ik was wel even klaar met wandelen en de nattigheid en dook lekker de bus in. In mijn hotelkamer de verwarming flink omhoog gezet zodat mijn schoenen konden drogen. Onder het genot van een kopje sterke thee wat geschreven en gelezen. In de eetzaal werd de houtkachel aangestoken en daar met elkaar genoten van een Bhutanees wijntje totdat het buffet weer geopend werd. De nacht was behoorlijk warm, mijn bed redelijk uitgezweet, alles voor droge schoenen!

Zaterdag 21 september
Oef, de buitenkant van mijn schoenen is redelijk droog, de binnenkant moet nog wel wat aan gebeuren. De schoenen toch maar weer even in de tas gestopt. Vandaag een reisdag naar alweer onze laatste bestemming in Bhutan, Paro. Tas ingepakt en afscheid genomen van mijn mooie ruime kamer. Het ontbijt was vandaag nasi met een pittig goedje, mjam, mjam!
Al hobbelend over het karrespoor en door het mooie dal reden wij weer terug naar de Bumthang-Ura Highway. Na de hoogste pas bij Lawa La op 3.300 meter begonnen wij weer flink te dalen. Bij de Wandue Phadrang Dzong konden wij even de benen strekken en vanaf de overkant van de rivier een paar mooie plaatjes schieten. De Dzong is als derde gebouwd, na de Trongsa Dzong en in 1638 gesticht door Zhabdrung. Na de Dzong begon de weg weer wat te stijgen en vele bochten en kilometers later stopten wij weer bij de Dochula Chorten. De 108 stoepa’s stonden er nog steeds, maar nu mooi in het zonlicht en tegen een mooie strakblauwe hemel. Ondanks dat het eigenlijk alleen een plasstop was, hebben wij toch nog een paar foto’s mogen nemend. Je kon nu ook een glimp opvangen van de Himalaya en haar besneeuwde bergtoppen.

De verderop gelegen checkpost konden wij nu gewoon langsrijden, de check geldt kennelijk alleen als je dieper Bhutan inrijdt vanuit India. Op het punt waar de Paro rivier en de Thimpu rivier samenkomen, hadden wij weer even een benenstrekstop. Aan de ene kant van de brug werden wij eruit gelaten en aan de andere kant mochten wij weer instappen. In beide rivieren stroomt het water flink door, de ene rivier (Thimpu) is ook wat lichter van kleur dan de andere (Paro). Aan de overkant van de brug sloegen wij met de bus rechtsaf naar Paro, over de Paro Thimpu Highway, de Paro rivier volgend. Al snel kwamen wij aan in de Paro vallei. Aan het begin al direct het kleine vliegveld van Paro en ook hier blijven de Bhutanezen vasthouden aan de eigen mooie bouwstijl. Wij reden het stadje van Paro in en bij een leuk restaurantje hadden wij een lekker lunch met chili cheese. Na de lunch de bus weer in en op naar de Ta-Dzong, de wachttoren die hoor bij de RIngpung (Paro) Dzong. De Dzong zelf is gebouwd in 1649 en wordt nu nog steeds gebruikt als overheidsgebouw. Leuk weetje, delen van de film “Little Buddha” zijn hier opgenomen. Helaas sloegen wij de Dzong over en gingen wij alleen naar de wachttoren vanaf wij overigens een mooi zicht op de vallei hadden. Er kwam ook net een vliegtuig aan, dat ziet er interessant uit in het dal. In de wachttoren is en museum gevestigd en ook hier, de camera in de kluis en gewoon genieten van wat je ziet. Het museum is opgericht in 1968 door de derde koning van Bhutan. Het is een mooi en leuk ingericht museum, je wordt van kamer naar kamer geleid en er is geen weg terug. Er is van alles, wat oude kunst en gebruiksvoorwerpen, beide ook uit de huidige tijd.
Na het museumbezoek werden wij nog even losgelaten in het stadje van Paro om nog even wat inkopen te doen voor de mooie, maar zware wandeltocht van morgen en natuurlijk om nog even wat souvenirs op de kop te tikken. Ik ben wel even wezen neuzen bij de souvenirs, maar hou het voor nu nog even op alleen wat repen en lichidrank. In het hotel de verwarming nog weer even aan geslingerd en mijn zooltjes erop gelegd, afwachten! ’s Avonds weer aangeschoven bij het buffet, maar ik had niet zoveel honger. Hadden laat geluncht en er was ook niet zoveel lekkers. Terug op de hotelkamer, met overigens een immense badkamer met twee douches, bleek dat mijn zooltjes al droog waren, top! Nu alleen de laatste restjes binnenin nog. Nog één nachtje zweten en dan vroeg weer op!

Zondag 22 september
Owh, yeah! Vandaag eindelijk naar het Tijgersnest. De uitzending van Floortje Dessing waarin ik dat zag, heeft ervoor gezorgd dat Bhutan al zo een kleine 15 jaar bovenaan mijn lijstje staat van “MustDo’s”. Nu is het dan eindelijk zover en tot nu toe ben ik ook erg blij dat ik gegaan ben naar het mooie, verrassend netjes en vriendelijke Bhutan.
Het ontbijt stond om half zeven voor ons klaar zodat wij om zeven uur met droge schoenen (jippie) in de bus konden springen. Vanaf ons hotel hebben wij zicht op het Tijgersnest en naar de start van het wandelpad is het dan ook maar tien minuutjes rijden. Beneden in het dal is de parkeerplaats, wij waren één van de eerste. Niet veel verder begint de weide die leidt naar het wandelpad. Er stonden al veel paarden klaar om toeristen naar het eerste uitzichtpunt te brengen. Wij gingen allemaal met de benenwagen. Vanaf beneden zie je het Tijgersnest hoog tegen de bergwand geplakt liggen, tijd om te gaan.

Het rotsen pad begint redelijk rustig met omhoog gaan. In totaal gaan wij ongeveer 6,5 kilometer heen afleggen en zo een 500 meter stijgen. Op het hoogste punt zitten wij dan op 3.000 meter. Daarna alles weer terug, maar eerst omhoog! Het pad werd smaller en was meer bedekt met stevig aangetrapte modder. Wij liepen het bos in, beekje over en langs drie gezellige tempeltjes, so far so good. Niet veel later kwamen er wat meer trappen met de welbekende ongelijke Aziatische treden en begon het warmer te worden. Mijn stijgconditie is niet de beste, op de één of andere manier krijg ik mijn ademhaling niet onder controle waardoor ik vaak even moet stoppen om daarna wel weer snel op adem te komen. Gelukkig hadden Jeroen en Irene hetzelfde tempo en kon ik gezellig met hun meelopen. Onderweg veel gebedsvlaggetjes, gestapelde stenen en kleurrijke bundels touw. Na elke slinger ook weer een ander zicht op het Tijgersnest en hij kwam ook steeds, hetzij langzaam, dichterbij. Bij de gezellig gekleurde gebedsmolens wat langer rust gehouden en ze natuurlijk ook even een flinke slinger gegeven. De koffiebar met uitzicht op het Tijgersnest is ook niet ver meer. Via een nagenoeg vlak pad loop je er zo naartoe.

Pfoe, dit eerste stuk omhoog was best wel pittig. Ik had mijn twijfels of ik de rest wel zou redden, zeker toen ik hoorde dat er nog 700 treden na het tweede uitzichtpunt kwamen, slik. Jigme hielp mij over een deel van de twijfel heen, het zijn 350 treden naar beneden en dan weer ongeveer hetzelfde aantal omhoog. Samen met Jeroen aan het tweede deel van onze tocht begonnen, de wil om het te halen is er zekers, maar het verstand zegt ergens nog, je moet ook weer de afdaling naar beneden op een goede en veilige manier kunnen doen. Het tweede deel was een stukje makkelijker en voordat wij het wisten stonden wij alweer bij een mooi uitzichtpunt, nog niet het hoogst gelegen, maar wel leuk. Weer even onze rust gepakt en wij konden allebei weer verder. Het pad werd minder stijl en de treden vlakker, dat was wel fijn. Wij zaten nu op hoogte en dat kostte al genoeg energie. Onderweg veel kleine 108 stoepagroepjes in de inkepingen in de rotswand. Een wat ouder tempeltje met een foto van een belangrijke monnik en daar waren wij al bij het hooggelegen uitzichtpunt. Het was nog steeds pittig, maar beter te doen dan het eerste gedeelte omhoog. Bij de hekken staat iedereen op de foto, wij in eerste instantie ook totdat wij ontdekten dat het een trapje naar beneden nog mooier was en zonder lelijk ijzeren hek.
Tijd om de 350 treden naar beneden af te dalen, het Tijgersnest ondertussen te vaak op de foto gezet, elke stap was weer mooier. Beneden is een brug langs een kleine maar denderende waterval en vanaf daar ga je weer omhoog. De laatste treden naar de ingang van het Tijgersnest.

Direct na de ingang moet je passend gekleed zijn en moet de rugzak worden opgeborgen in een kluis. Foto’s mogen ook hier niet gemaakt worden en de schoenen mogen weer uit. Het klooster met zijn zeven tempels werd in 1649 gebouwd om de Bhutanezen te beschermen tegen de Tibetanen. Het hoogste punt van het complex ligt op 3.120 meter.
Volgens de mythe vloog Guru Ringpoche op de rug van een tijger naar deze plek op de berg en mediteerde daar drie maanden lang in een grot. Zonder gids mochten wij overigens niet naar binnen, dus wij moesten even wachten totdat Jigme klaar was met onze vorige groep. Wij werden als eerste meegenomen naar de verzegelde grot waar Guru Ringpoche drie maanden zat. De grot wordt één keer per jaar geopend en dat is dan een hele happening. Vele Bhutanezen maken in de vroege ochtend al de tocht naar boven, zo ook Jigme en zijn vrouw. De tempels zijn allemaal met elkaar verbonden en in elke tempel wordt er wel een heilige vereerd en zit een monnik te bidden. Mooi om te zien hoe de Bhutanezen hier hun kracht uithalen. In de tempel van de boterlampen twee lampen aangestoken, dat voelde goed. Overigens is een deel van de tempels in 1998 verwoest door een brand ontstaan door een boterlamp, hopelijk houden ze deze nu beter in de gaten. De wederopbouw na de brand werd onder toezicht van de vierde koning overigens snel geregeld. Op het complex lekker kunnen ronddwalen in de tempels en genoten van het uitzicht over de vallei. Toen was het helaas toch echt alweer tijd om terug te keren. De tempel uit en naar de waterval was een eitje, daarna weer even behoorlijk pittig. Ik ging zowat van mijn graatje, even een reep erin, een dextrootje van Jeroen en toen ging het weer, ik was even vergeten dat ik op hoogte liep. Rustiger aan liep ik de trappen omhoog terug naar het tweede uitzichtpunt en vanaf daar ging het prima, lekker naar beneden over de kleine treden. Jigme leidde ons naar beneden en zowel Jeroen als ik wilde graag gebedsvlaggetjes ophangen, Jigme gaf aan waar dat wel en niet mocht. Jeroen had een grote slinger en moest hem bij de rest hangen. Ik had een kleine slinger, ter nagedachtenis aan Til, en wilde hem graag in het zicht van het Tijgersnest hangen. Ik ontsnapte even aan de aandacht van Jigme en vond een mooi plekje bij een paar stapels stenen, er werden hier meer mensen herdacht. Het was best wel even een momentje en tevens een fijne afsluiting om het een plaatsje te geven.

Niet veel later kwam Jigme de berg weer af en hij stelde voor om met een short cut de berg af te gaan, wij twijfelden en dachten dan ook dat wij het normale pad liepen. Totdat Jeroen het nog eens checkte en toch bleek dat wij de veel stijlere short cut naar beneden hadden. Het was te doen, maar wel opletten, hier een daar grote stappen en wat glibberig. Na een tijdje kwamen wij weer op het normale pad, wij hadden een flink stuk afgesneden, liepen nu het bos bij de drie tempels en het beekje al in. Niet veel later haalden wij de rest van de groep weer bij. Er zijn in totaal negen mensen van onze groep helemaal boven geweest, de rest is of tot het tweede uitzichtpunt komen of lekker blijven zitten bij de koffiebar. Het is fysiek een beste uitdaging en niet leuk om verstandig te kiezen als je iets graag wil. Wij waren compleet en gingen met de bus richting het stadje van Paro voor een welverdiende lunch. Ja, ja, chili cheese en dumplings met een iets te pittige saus. Na de lunch hadden wij vrije tijd om lekker wat rond te hangen in het stadje. Ik heb nog wat souvenirs gekocht en ben daarna wat rond gaan dwalen. De groentemarkt, een gezelligpleintje, drie tempels en van afstand de Dzong.
Terug in het hotel mijn tassen klaargemaakt voor de mooie vlucht van morgenochtend vroeg. Daarna was het tijd om tijdens het diner officieel afscheid te nemen van Jigme, Karma en Chorten. Wij bedankten de mannen voor de fijne reis en de goede, enthousiaste begeleiding. Al snel vertrok iedereen naar zijn kamer, om half vijf morgenochtend laad Chorten voor het laatst onze tassen in, rijdt Karma ons naar het vliegveld en geeft Jigme vast nog wat laatste tips.
Maandag 23 september
Tja, daar gaan wij dan, vroeg de wekker, half vier, want om tien voor vier worden de tassen ingeladen door Chorten. Het hotel had voor ons ontbijtpakketjes gemaakt, een appel, pakje mangosap, boterham met salade en een gekookt ei. Voor nu zit dat wel even goed in mijn tas, had nog niet veel trek. Ondanks het vroege uur was het best druk op de weg, zeker voor Bhutanese begrippen. De toegangspoort naar het vliegveld is gebouwd in Bhutanese stijl, zo ook het hele luchthaven gebouw. Buiten voor de laatste keer afscheid genomen van de drie-eenheid en daarna gingen wij op weg naar het drukke en chaotische India, New Delhi. Een check bij de ingang en daarna door naar de bagage afhandeling. Ik kwam er gelukkig net op tijd achter dat mijn powerbank nog in mijn grote rugzak zat. Tas weer even terug en hop alles in mijn kleine rugzak. De vertrekhal is mooi en in een lounge hoekje op een lekkere zachte banken de boardingtijd afgewacht. Een paar hapjes van het broodje, echt trek had ik nog niet. Het pakje drinken moest ik al bij de security laten staan. De gate ging open en wij moesten vanaf de vertrekhal zelf naar het vliegtuig lopen wat eigenlijk best wel heel leuk was. Alle vluchten staan in Paro in de ochtend gepland, zodat bij slecht weer de vlucht nog makkelijk naar een later of zelfs de volgende ochtend kan worden verplaatst. Het ietwat dringende advies luidt ook, boek een aansluitende vlucht minimaal 24 uur later, de reden dus ook dat wij nog even een dag in Delhi moeten vertoeven. De piloten die hier vertrekken en aankomen zijn speciaal getraind en er zijn er maar weinig van. De aanvliegroute (en vertrek) is uit en dal omringd met hoge bergen, de Himalaya. De piloten vliegen alleen op zicht, instrumenten zoals hoogtemeters kunnen hier lastig worden gebruikt.

Ik zat deze vlucht naast Kenneth en een wat viezige Duitser met veel te grote tassen en een megacamera die zowat het hele raam bedekte. Dat wordt spannend of wij dan wel wat mee kunnen krijgen van deze mooie vlucht, hoewel Kenneth durft wel en die probeert het gewoon met zijn telefoon. Helaas, de Duitser gaf weinig ruimte en zat zelf veel met zijn camera voor het raam. Jeroen zat achter ons en had een aardige Duitse vrouw naast zich en die liet hem meegenieten van de mooie Himalaya, gelukkig heeft hij een paar mooie plaatjes kunnen schieten. In Kathmandu, Nepal, hadden wij een tussenstop. Ik was liever uitgestapt en vanaf hier een dag later richting Nederland gevlogen. Na een kleine drie kwartier wachten in het vliegtuig stegen wij weer op voor het laatste deel naar New Delhi, India.
In de bagagehal in Delhi was het nog lekker koel, maar even daarbuiten in de aankomsthal begon de temperatuur al aardig op te lopen. Wij werden opgewacht door een vriendelijke transportgids, geregeld door Koning Aap. Even pinnen met zijn allen en daarna de zinderende hitte en chaos van Delhi in. Er stond echt een megagrote witte, luxe bus op ons te wachten. De bagage kon lekker onderin en dat scheelde een hoop gedoe met brutale bagageboys die dan uiteraard nog een flinke fooi verwachte zoals wij op de heenweg ook mee hadden gemaakt.
In de bus was het best frisjes, de bijrijder stelde de temperatuur bij en de chauffeur manoeuvreerde ons vakkundig door het drukke en druktoeterende verkeer van Delhi. Wij kwamen aan bij ons hotel, midden in Delhi, alleen waren de kamers nog niet gereed en ook onze gids zou pas om drie uur arriveren. Het was lunchtijd dus besloten wij met zijn allen in het restaurant van het hotel te eten. Het was lekker en best goedkoop, alles om de Delhi Belly (oftewel racekak) te voorkomen. De kamers waren stipt twee uur klaar, fijn even wat luchtigere kleding uitzoeken en sandalen aan. Ook de gids was goed op tijd en om drie uur kregen wij in het restaurant wat uitleg over de dont’s in Delhi, vrouwen het liefst in groepen of vergezeld van een man door de stad. Ook kregen wij wat informatie over de dagexcursie van morgen. Iedereen gaat gezellig mee, er was niemand die echt zin had om zich in Delhi te verdiepen en er alleen op uit te trekken.
Na de briefing gingen wij met een groepje vrouwen en twee mannelijke begeleiders erop uit om de markt en het gebied achter ons hotel te verkennen. En ik moet eerlijk zeggen, als je dan door zo een drukte loopt, de wirwar van elektradraden aan de palen, de gezellig verkooptentjes en al het ander, dan wordt het toch best wel weer oké en leuk. Na een goed uurtje te hebben rondgedwaald gingen wij weer terug naar het hotel. Het zweet gutst werkelijk uit alle gaten en even douchen voor het avondeten is erg prettig. Het avondeten was weer lekker, ik had een tikka masala met witte rijst. Nog even nagetafeld en daarna mijn bed ingedoken.

Dinsdag 24 september
Ondanks dat het buiten best lawaaierig is en de muziek uit de lobby hoorbaar is in de kamer, heerlijk en goed geslapen. De laatste nacht alweer, vannacht vlieg ik alweer terug via Delhi en München naar Schiphol. De hotelkamers houden wij tot vertrek, dat is superfijn. Het ontbijt was erg uitgebreid, maar door de warmte had ik niet zoveel trek. Ik ging voor een boterham met Pindakaas en een paar bakjes met heerlijke witte chocolademouse.
Voor de excursie stond er weer een hele grote witte bus klaar, de bus trekt behoorlijk wat bekijks, geef mij het kleine busje uit Bhutan maar. Onze eerste stop was bij de Jama Masjied Moskee, een vrijdagmiddagmoskee gebouwd door Mogel Sjah Jahan in 1656. Het is één van de grootste en bekendste moskeeën van India. Bij de ingang moesten onze schoenen uit en ondanks dat ik een lange rok en vest aanhad, moest er nog een flatteuze bruine jurk overheen, dat wordt zweten! Het is een mooie grote (openlucht) moskee, de gebouwen zijn mooi rood/crème wit. Het was er nog erg rustig. Op veel plekken mag je als toerist of vrouw alleen niet komen. Wij moesten het dus vooral doen met het buitenaanzicht in de nu al hete zon.
Voor de moskee stonden riksja’s voor ons klaar om ons door de nauwe straatjes van het voornamelijk oud Delhi te fietsen. Samen met Betsie klom ik aan boord bij een mannetje met lange sprietbenen en hij had er zin in. Hij startte als laatste maar wist ons handig langs alle andere riksja’s en toeterende scooters te krijgen naar een plekje bijna vooraan. De tocht duurde een klein kwartiertje en was vooral leuk om te doen, hebben verder niet veel bijzonders gezien. Na een leuke fooi voor de man met de sprietbenen gingen wij met de bus op weg naar het Mahatma Gandhi monument op Raj Ghat.

Er zijn hier meerdere gedenkplaatsen voor prominente Indiase leiders, maar wij gingen voor het eerste monument dat hier geplaatst werd, dat van Gandhi. Nadat hij in 1948 werd doodgeschoten, is hij op deze plaats gecremeerd. Het monument is een zwart marmeren platform met op de kopse kant de eeuwig brandende vlam. Op het monument liggen mooie oranje/witte bloemenkransen. Het monument bevindt zich binnen vier muren waar je overheen kunt lopen. Verder een paar bomen en een mooie groene grasmat. Het is een mooie serene plek. Aan de overkant van het ommuurde monument staat het standbeeld van Gandhi zoals hij in de laatste jaren uitzag.

De bus werd gestart en wij bezochten al rijdend de India gate, een triomfboog naar het voorbeeld van de Arc de Triomphe in Parijs. Het monument is gebouwd voor de soldaten uit Brits Indië in de Eerste Wereldoorlog. Vervolgens reden wij door het deel van de stad waar veel mooie overheidsgebouwen staan en het presidentiële paleis. Lunchtijd! Wij werden afgezet op een klein pleintje met een klinisch uitziend restaurantje. Het was er best frisjes. Op de tafel stonden ijzeren kelken voor het drinken, grappig. De prijzen van het eten waren behoorlijk, tja veilig eten kost wat. Samen met Betsie twee Indiase schotels uitgekozen, een butter chicken en een masala cheese met cashewnoten, die laatste niet gevonden overigens. Het was wel lekker eten en meer dan genoeg.
De bus bracht ons naar Gurudwara Bangla Sahib tempel. Eén van de grootste sikh tempels in Delhi. Toeristen moeten via een aparte ingang naar binnen. Mijn lange rok was te kort en ik moest er een poepbruine drollenvanger broek over aan. Onze haren moesten ook deels bedekt zijn en dus kregen wij nog een oranje zakdoek voor op ons hoofd. Gezellig gekleed en op blote voeten liepen wij de tempel in. De tempel is redelijk hoekig en in het midden zit een voorganger op een podium te bidden, er omheen zitten de sikh, mannen en vrouwen door elkaar. Na de gebedsruimte liepen wij door naar de gaarkeuken en de eetzaal. Iedereen mag hier een maaltijd nuttigen, als je maar gepast gekleed bent. De zaal zat vol met mensen op de grond in kleermakerszit. Het eten wordt er uitgedeeld door vrijwilligers en mensen die er zelf net gegeten hebben. In de gaarkeuken wordt het eten bereid, de vrouwen bakken de naanbroden en de manen staan in grote ketels te roeren. Via een raam naar de eetzaal worden de pannen meegenomen zodat het eten in de zaal uitgedeeld kan worden. Het zag er allemaal best wel lekker uit. In het midden van het complex ligt een mooie vierkante vijver, de Saravar. Volgens de verhalen genezen mensen in de heilige vijver van de pokken en cholera. De tempel heeft mooie gouden koepels, wit met gouden muren en is gebouwd in 1664. Al met al een bijzondere en mooie tempel om te bezoeken.

Onze volgende stop was wederom een tempel, ditmaal Humayun’s tombe. Het is een groot complex met meerdere tempels, Een mooie poort leidt langs een vijver naar de grote tempel. In de grote tempel in het midden ligt Humayun zelf begraven, de tempel werd gebouwd door zijn vrouw in 1556. Daarna werden er nog vele keizers begraven in de omringende tempels. De tempels zijn gebouwd met rode zandstenen en witgeverfde nisjes. Door de mozaïek ramen schijnt het licht mooi op de stenen kisten. De ene tempel is iets beter onderhouden dan de andere. In mijn uppie over het complex rondgezworven en dat ging prima, het was bijna tijd en ik liep alvast naar de poort. Ik miste de vijver en was even in de veronderstelling dat ik al verder op het pad was, niet dus! Ik stond bij de verkeerde poort…… Op een holletje in de zinderende hitte en een stromende Ganges op mijn rug weer naar het midden gelopen en vanaf daar via de bekende vijver naar de hoofdpoort. Ja, ja, dit keer was ik de laatste, sorry!

De bus bracht ons door het druktoeterende verkeer weer terug naar ons hotel. Na een korte briefing vertrok iedereen naar de hotelkamer. Het is de bedoeling dat je vier uur voor vertrek beneden in de lobby bent, dan word je met een taxi met transportbegeleider naar het vliegveld gebracht. In mijn hotelkamer mijn hele tas weer leeggemaakt en alles vliegtuigklaar weer ingepakt. Douchje, wat bijgeschreven en daarna op tijd naar het restaurant voor het diner. Gister moesten wij best lang op het eten wachten, het was gezellig dus verder prima, maar voor vanavond zou het voor een aantal van ons dan wel krap worden. De gids had geregeld dat de ober eerst bij onze groep zou komen, super! Ik ging voor een lekker gevulde wrap, dat was alles wat ik nog cash kon betalen voor het geval mijn creditcard weer niet zou werken. Ik had hem al gebruikt bij het upgraden van mijn vliegtuigstoel, maar dat is toch altijd weer anders dan bij een pinapparaat. Ondanks dat het bestellen vlot ging, duurde het best nog wel even, sommige groepsgenoten werden hierdoor best onbeschoft terwijl ze echt nog wel even hadden, sommige van hen vertrokken zelfs de volgende dag pas. Mijn wrappie kwam, lekker en meer dan genoeg te eten en nog voldoende tijd over om nog te chillen op mijn hotelkamer. Jeetje, het toch echt tijd om richting huis te gaan. Ik reis als enige weer terug via München. In de lobby zat Margaret nog te wachten, zij zou eigenlijk een uurtje eerder al worden opgehaald. Samen vertrokken wij met onze taxi en transportbegeleider naar het vliegveld. Het verkeer was een stuk rustiger. Op het vliegveld verliep alles vlekkeloos, tas droppen, boardingcard printen, security, error! Hier werd mijn handtas eruit gehaald en boven op de scanner gelegd. Ik moest echt heel hard nadenken wat er nog in kon zitten, nou ja, ik hoor het wel. Mijn tas heeft echt tien minuten op de scanner gelegen voordat ze hem nog een keer gingen scannen en daarna mocht hij gewoon door, weird! Gezellig met Margaret bij haar gate gezeten totdat het voor haar tijd was om te boarden. Via een leuk winkeltje met koeienbellen en neppringels naar mijn eigen gate gelopen. Daar was het al behoorlijk druk. Ik zat net en toen werd er al begonnen met boarden, ik zat in groep drie en was al snel aan de beurt. Het vliegtuig was lang niet vol. Een upgrade was niet echt nodig geweest, er waren her en der rijen leeg en ik had gewoon mijn trucje kunnen toepassen bij het boeken van een stoel. Anyway nu kan ik van mijn plaats zonder iemand lastig te vallen. Na de snack, een pittige warme wrap, al snel in slaap gevallen en eigenlijk de hele vlucht verder geslapen totdat de lichten in de cabine weer aangingen en het ontbijt werd geserveerd. Mooi op tijd landde wij op München. Op het vliegveld van München lekker bij een ontbijttentje gezeten met een grote kop thee tot boardingtijd. Het vliegtuig was helemaal vol en het was even een gedoe met de tassen. Ik zat verder prima bij het raam, mijn tas lag onder de stoel, dus het ging allemaal lekker aan mij voorbij. Een kleine twee uur later landde wij alweer op Schiphol, mijn tas was er snel en daar stonden zuslief, paps en mams al te wachten, gezellig! Met een rugzak vol mooie herinneringen ging met ze mee naar huis.