Centraal Azië, Turkmenistan

Woensdag 7 augustus 2019

Joehoe!!! Ik mag weer een mooie reis gaan maken. Wederom met Lidewij en dit keer gaan wij reizen door Centraal Azië, Turkmenistan, Oezbekistan, Kirgizië en Kazachstan. De voorbereidingen waren lang geleden al getroffen, alleen de uitnodigingsbrief voor Turkmenistan liet nog even op zich wachten. Eindelijk, twee dagen voor vertrek ontvingen wij de brief dan toch nog, pfoe! Zaten wel even in spanning!

Vliegen om een mooie tijd, om 14:40 uur vanaf Schiphol. ’s Morgens rustig opgestart en even voor elf uur belde broerlief aan om mij gezellig naar Schiphol te brengen. Wij vliegen met Turkish Airlines en bij balie 26 stond Lidewij al op mij te wachten. Via de zelf-check-in en de bagage-drop-off waren wij snel klaar. Veel mensen kozen de “normale” weg via de balies en daar stonden dan ook beste rijen. Het was sowieso pittig druk op Schiphol.
Wij hadden overal gelukkig een beetje mazzel en een klein uurtje later konden wij onze Dollars halen bij de ABN en onze tanden zetten in een hamburger van de MacDonalds.

Bij de gate was het al gezellig druk, veel Turkse gezinnen en een enkele Hollander. Bij de balie voor de boarding maakte niemand zich nog druk terwijl de boardingtijd al aan de gang was. Ook toen wij eindelijk in mochten stappen en het vliegtuig vol zat, werd er niet veel haast gemaakt. Oef, dan wordt het straks wel spannend, op Istanbul hebben wij iets meer dan een uur overstaptijd en daarvan is een uur nu ruimschoots weg. De piloot deed tijdens het vliegen wel erg zijn best en snoepte zo een goed half uur van de vliegtijd af. Hmmm, na een overigens superzachte landing, bleven wij nog een goed kwartier rond taxiën, daar zijn de opschietzenuwen weer! Vervolgens bij het uitstappen ook nog een oud wijfie voor ons dat niet op kon schieten….. Om 20:10 uur sprinten wij dan eindelijk het vliegtuig uit naar het volgende vliegtuig dat ons naar Ashgabat in Turkmenistan zou brengen.

Bij de gate aangekomen stond iedereen nog in de rij om in te boarden, ook deze vlucht was gelukkig wat vertraagd. Bij de gate ook even snel kennis gemaakt met de rest van de Sawadee groep. Eén persoon kwam echter maar niet aan, terwijl hij op Schiphol wel was ingestapt. Als groep werden wij apart genomen en wij bleven wachten op onze laatste groepsgenoot, maar die kwam maar niet en wij moesten toch aan boord. Binnen zaten veel mensen waar ze het leuk vonden en dus moest er nog wat geschoven worden Om 21:50 uur gaf het vliegtuig gas en verlieten wij Istanbul voor onze laatste drie en half uur naar Ashgabat, Turkmenistan.
Goede vlucht met de film “Greta” en lekker eten. Rond half drie ’s nachts plaatselijke tijd, doemde het kitsch verlichte Ashgabat voor ons op. Ondanks de nachtelijke uren dus nog heel veel verlichting in de witte marmeren stad.

Op het vliegveld moesten wij eerst ons visum regelen. Bij de balie voor de douane moesten wij ons paspoort en de uitnodigingsbrief inleveren, bij de balie van de bank ernaast betalen en vervolgens met het betaalbewijs ons visum weer ophalen bij de balie waar wij net vandaan kwamen. Het duurde allemaal best wel even, maar dan heb je ook wel wat, een mooie groene plakkert in mijn paspoort. Bij de bank ook meteen maar wat Dollars voor Manat gewisseld. De douane zelf was nu nog een koud kunstje en al snel stonden wij bij de bagageband. Mijn tas, lekker herkenbaar in de fluorescerende gele flightback, lag er al naast. Maar die van Lidewij….., die was nergens. Bij de ‘lost & found’ kreeg zij een telefoon in haar handen gedrukt en moest zij in gebrekkig Engels aanhoren dat zij zich moest melden bij het “Sales Point” op de tweede verdieping. Mijn tas nog even door de scan en op naar het sales point! Shittie haar tas stond, samen met de tassen van twee andere groepsgenoten, nog in Istanbul. Het goede nieuws was wel dat de tassen op de vlucht van morgen wel mee zouden gaan, samen met onze achtergebleven reisgenoot.
Vanaf het vliegveld is het een kleine 15 minuten rijden naar het Grand Turkman Hotel, onderweg veel witte gebouwen en verlichting. Snel werden de sleutels van de kamers uitgedeeld, prima kamertje, snel omgekleed en hup ons bedje in, Turkmeense tijd vijf uur ’s morgens!


Donderdag 8 augustus 2019

Oef, kort en onrustig nachtje, maar wel een prima bedje. Snel even onder de douche en wat spullen gedeeld met Lidewij. Mijn slippers passen gelukkig net. De ontbijtzaal is redelijk groot, steriel wit en saai. Het ontbijt zelf is oké, paar traditionele hapjes en ook gewoon lekker frisse komkommer, tomaat en meloen. Na het ontbijt hadden wij een briefing bij het zwembad, een voorstelrondje en reisbegeleider Obbo vertelde de do’s & don’ts van deze reis. In Ashgabat zijn veel plekken waar je niet mag fotograferen, daar moeten wij vooral op letten. Verder is het een veilige en zeer rustige stad, ondanks de 1,2 miljoen inwoners.
Een klein uurtje later stond de bus met gids Max voor en konden wij instappen voor onze stadstour door Ashgabat. Alles in de stad is van wit marmer en zelfs nagenoeg alle auto’s zijn wit of lichtgrijs. Er zijn geen reclame borden aan de gevels en ook straatnaambordjes zijn beperkt aanwezig. Op straat light geen afval en de groene parkjes worden bewaterd tegen uitdroging en worden minuscuul bijgehouden door tegen de zon ingepakte tuinmannen en -vrouwen. En dat in een land dat in de top negen staat van de landen waar op korte termijn een watertekort gaat komen, wonderlijk!

Het barst in de stad van de ministeries, hier mag je dus geen foto’s van maken. De meest bijzondere ministeries; het ministerie van tapijten en het ministerie van paarden. Het meest opvallende is het ministeriegebouw van onderwijs, het gebouw is gebouwd in de vorm van een opengeslagen boek. In 2017 zijn in Turkmenistan de Aziatische Olympische indoor spelen gehouden. Lang niet zo groot als de wereldwijde, maar het Olympisch dorp dat hiervoor uit de grond is gestampt is er vast niet minder om en uiteraard is alles in het wit marmer. Het is een enorm complex en de architectuur is apart mooi. Helaas mochten/konden wij hier niet uitstappen, dus dat werden mislukte foto’s uit een rijdende bus. Wij reden verder naar het monument van de onafhankelijkheid. Hier mochten wij even de benen streken EN foto’s maken. In het midden staat een enorm gouden beeld van Saparmurat Niyazov, de eerste president na de onafhankelijkheid van de Sovjetunie. Het gouden beeld wordt omringd in het park door vele zware beelden van andere politieke bekendheden uit het Sovjettijdperk, waarbij het motto is, hoe langer en grijzer de baart des te wijzer was de man. Het gebouw zelf is al enkele jaren dicht.

Na een klein half uurtje gingen wij de bus weer in en reden wij door de wijken met de grote appartementencomplexen. De meeste zijn gebouwd met behulp van Westerse investeerders als Volkswagen, Nestle, Sony etc. de namen prijken prominent op de complexen. Een appartement kost hier een kleine 200.000 Euro en dit mag in 30 jaar worden betaald.
Wij reden verder door de witte stad en kwamen aan bij het boek Ruhnama. Geschreven door Niyazov en hij vindt het boek belangrijker dan de Koran. Vroeger bewogen de bladzijden van het boek, nu is het dichtgeklapt, maar nog altijd een belangrijk monument.
Tijd voor de lunchstop, in de saaie oude Sovjetwijk zit ineens een gezellig terrasje met een buffetrestaurant. Veel aparte dingen om uit te proberen, ik ging voor de boekweit met kip en cola. Voor de cola ben ik goed afgezet, maar de rest was verder heerlijk! Op aanraden van Obbo ook gewoon maar aan de slag gegaan met de salade. Het is ook gewoon even wennen aan ander voedsel, is zijn standpunt, we gaan het zien!

Via het monument van neutraliteit, erkend door de United Nations en ’s werelds grootste indoor reuzenrad reden wij door naar de oude opgraving van Nisa. Dit was een oude hoofdstad van het Parthen rijk. Het staat op de Unesco lijst, maar is verder niet heel bijzonder. Er zijn nog enkele ouden stukken, het meeste is echter vergaan en deels opgebouwd of weer begraven onder een laag zand om te zorgen dat het beter behouden blijft. Het was er bloedheet en helaas dus ook niet echt de moeite waard.

Snel door naar de volgende stop van onze stadstour, de Türkmenbasi Ruby moskee. De moskee ligt net buiten de stad en is uiteraard vernoemd naar de eerste president Niyazov. Het is een behoorlijk protserig ding, omgeven door mooie fonteinen en ernaast het mausoleum van Niyazov. Een mooi mausoleum waar ook gedenktekens zijn geplaatst voor zijn moeder, vader en twee broers. De moskee zelf biedt plaats aan 10.000 pelgrims en heeft een ondergrondse parkeerplaats. Als je de moskee binnenloopt lees je een tekst over de Koran, als je er uit loopt een tekst dat het boek van Türkmenbasi (Niyazov), de Ruhnama beter is. Tja, dat vindt niet iedereen even leuk! Het overgrote deel van de bevolking is Islamitisch, maar niet streng in de leer. De moskee zelf is verder erg mooi, rijkelijk versierd plafond en mooie Turkmeense vloerkleden op de grond. Het was er lekker koel en dat was even superfijn na de hitte van Nisa.

Onze stadstour zat er alweer op. Wij werden teruggebracht naar het hotel waar wij even konden chillen voordat wij alweer aan mochten schuiven in het restaurant naast het park, Günes Bar. Obbo had eten geregeld en wij konden bijna meteen in de aanval. Een drietal salades, kebab en andere vleesgerechten, patat en geroosterde groenten. Zaten er heerlijk en het was leuk om verder kennis te maken met iedereen. Even voor negen uur werden wij overgeleverd aan Max en de buschauffeur voor de lichtjestour door Ashgabat. Obbo ging terug naar het hotel wan die mocht ’s nachts weer de verloren passagier en bagage van de luchthaven ophalen.

Het was best allemaal wel mooi gedaan met de verlichting. Vanaf een heuvel aan de rand van de stad hadden wij goed zicht op de verlichte stad en het trouwmonument. Voortdurend veranderde delen van de stad van kleur. Nog even snel een illegaal uitstapje tegenover het Olympisch stadion en veder was het vooral bekijken vanuit de bus.
Na de tour hebben Lidewij, ik en twee groepsgenoten nog een wandeling door het park gemaakt en toen pas viel het mij eigenlijk op dat er om nagenoeg elke tien meter wel een (beveiligings) camera hing. Raar volk die Turkmenen of eigenlijk het regime. Overigens is het nog niet zo lang dat toeristen zich zonder gids in de stad mogen voortbewegen, dat is dus al een hele stap vooruit in dit streng geregelde land.
Terug in het hotel was er ook meer bekend over de verloren bagage, deze zou de volgende morgen opgehaald mogen worden. Met een supergelukkige Lidewij op de kamer begon ik aan mijn eerste echte nacht in Turkmenistan.

Vrijdag 9 augustus

Vanmorgen hadden wij een vrije dag. Wel de wekker gezet, want Lidewij kan samen met de andere twee groepsgenoten haar tas op gaan halen op het vliegveld. Bij het ontbijt kwamen wij de verloren reisgenoot tegen, meteen maar even kennisgemaakt, hem hadden wij tenslotte nog niet ontmoet. Na het ontbijt ging Lidewij op pad en in de tussentijd ben ik mijn ontplofte tas weer gaan inpakken en heb ik de rest van mijn dagtassen ook reisklaar gemaakt, overal een zonnebrandje en handcrème in etc. Ik zat net beneden te schrijven toen Lidewij alweer met de tas arriveerde. Snel even omgejurkd en de stad nog even in naar de bazaar. Deze ligt aan de overkant van het hotel, dus wij waren er zo. Op de markt mag je niet fotograferen en dus keken wij gewoon lekker rond. Op het middenplein worden de etenswaren verkocht en staan alle vrouwen in hetzelfde uniform te werken. Op de tweede ring zitten de kleding- en huishoudzaakjes, dit zijn ook meer echte winkeltjes. De markt is leuk, altijd natuurlijk, maar het schijnt dat het wel veel van zijn charme heeft verloren nadat het verhuisd is naar dit ietwat saaie en kille gebouw. Met een kleine drie kwartier hadden wij het wel gezien. Op de markt overigens veel groepsgenoten tegengekomen, heel veel was er in de buurt van het hotel ook niet te doen.

Inmiddels was het tegen lunchtijd en wij gingen weer voor hetzelfde restaurantje van gisteravond, niet helemaal onze stijl, maar heel veel anders is er ook niet. Had dit keer een kipsalade met appel, walnoot, ananas en yoghurtsaus besteld. De sla miste ik een beetje, maar verder was het erg smakelijk. Bij de achter zwart geblindeerde ramen vonden wij een supermarkt en kochten wij wat versnaperingen en cola voor bij de gaskrater. De prijzen in de supermarkt zijn best oké en zo heb ik nog een mooi klein bedrag aan Manats over voor in mijn plakboek.
Bij het zwembad nog even lekker gechilled, onze tas gepakt en om drie uur stonden er vijf puntgave 4×4 jeeps voor de deur, witte uiteraard. Lidewij ging in de ene jeep en ik in een andere. Onze chauffeur trok in een wagenzieke stand op, maar dat kwam gelukkig snel goed en wij verlieten de aparte stad Ashgabat voor onze tocht door voornamelijk woestijn en steppe naar de gaskrater Darvaza.

Zodra wij de stad uit waren ging het landschap al snel over in steppe met hier en daar een struikje groen. Onderweg kwamen wij de auto’s van de Mongol rally opnieuw tegen, deze stonden ook al bij ons hotel in Ashgabat. Bij de fotostop voor het meer onze kans gepakt en even kennis gemaakt met twee Spanjaarden. De rally wordt georganiseerd voor het goede doel “cool earth”. Bij nadere inspectie op de website bleek dit goede doel overigens wel mee te vallen, bijdrage 500 Britse Ponden. Dat is een schijntje natuurlijk. Anyway het idee is superleuk en zo doen ze in ieder geval nog niets terug voor de CO2 uitstoot van de minimaal 15 jaar oude auto’s. De rally is gestart in Europa en er rijden veel Europese landen mee, in totaal zo een 350 oudere auto’s, waarvan ongeveer de helft het eindpunt in Mongolië haalt. Onderweg volgen ze een groot deel van de zijde route. Wij gaan ze dus vast nog een paar keer tegenkomen deze reis.

Bij het woestijndorpje Jerbent konden wij even onze benen strekken. Het was er bloedheet in de zon, maar toch even de moeite genomen om het zanderige en relatief arme dorpje in te wandelen. Men leeft hier voornamelijk van de kamelenhandel. Een gezin heeft zo een 100 kamelen, elk goed voor USD 1.000. Er staan kleine huisjes, autowrakken en het vervoer gaat veelal per motorfiets. De mensen zijn er vriendelijk maar spreken amper tot geen Engels, met handen, voeten en wijzen toch nog wat te weten gekomen en leuke foto’s mogen maken.

In de jeep nog wat zitten suffen totdat de best wel goede weg over ging in een veel slechtere weg. Vlak voor de Darvaza krater zijn er nog een tweetal kleinere kraters, in de ene staat een goede kant water, helaas helemaal bevuild met lege flessen. In de andere brand een klein vlammetje en pruttelt wat grijze modder, beide leuke voorproefjes voor het echte werk van de Darvaza karter. Niet veel later kwamen wij aan bij onze overnachtingsplek op zo een 200 meter van de Darvaza krater.

In plaats van buikschuivende koepeltentjes stond er inmiddels een mooi yurtenkamp met kookplaats en nette sanitaire voorzieningen. Er staan zeven yurts met elk vier bedden, keuze genoeg! Lidewij en ik sliepen met z’n twee in een Yurt en alle andere “koppels” uiteindelijk ook. Beetje bij de yurts rondgehangen en gekeken hoe de koks ons eten voorbereiden. Er stond ook een traditionele tandori oven en het brood dat daar uitkwam was echt superlekker, verser kan het niet! Rond zeven uur konden wij aanschuiven voor een grote kom groentesoep met aardappelen, kip en tomaat van de BBQ, als toetje hadden wij lekker frisse watermeloen.

Eindelijk! Het is donker genoeg om naar de gaskrater te wandelen, vanaf het yurtenkamp zagen wij hem al goed gloeien. Het pad naar de krater is mooi en egaal aangelegd. Hoe dichter wij bij de krater kwamen hoe harder het geruis van het gas werd en hoe intenser de warmte. Op veilige afstand kun je vanachter hekken goed in de krater kijken. Het is net één groot kampvuur.  Een rondje om de krater gelopen en daar waar de wind heen staat is de hitte pas echt intens, als je te lang blijft staan wordt je van binnen volgens mij gewoon gekookt! Vanaf de andere zijde zag de krater er, uiteraard, weer heel anders uit en daar kon je de bodem nog beter zien. De beleving vond ik echt super en dus nog maar een rondje om de krater gelopen en “onze vrienden” van de Mongol Rally begroet. Terug aangekomen bij het yurtenkamp stond er een lekkere warme kop thee op ons te wachten. Met de kop thee nog even gezellig nagepraat en genoten van de krater. Om elf uur zou de aggregaat en daarmee ook de verlichting in de yurt uitgaan snel alles even geregeld en ons bedje ingedoken. Stipt elf uur ging het licht uit……

Zaterdag 10 augustus

Wat een nacht! Ondanks het lekkere bed toch veel wakker geweest. Dan weer voetstappen bij de yurt, een blaffende (waak) hond en een auto. Midden in de woestijn toch dingen die opvallen. Om even over half zeven werden wij gewekt door Obbo. Tijd om op te staan en te beginnen aan een intensieve reisdag. Bij het ontbijt werd duidelijk waarom ik zoveel voetstappen had gehoord en waarom de hond iedere keer aansloeg, een aantal reisgenoten had een flinke buikloop gekregen.
Het ontbijt was simpel en oké. Tanden poetsen, tassen in de jeep en daar gaan wij weer. Dit keer deelde ik o.a. met Lidewij, ik had de eer om voorin te mogen zitten. De weg begon meteen goed en de chauffeur stuurde onze jeep behendig over de zandduinen. Na een kleine twintig minuten lieten wij de zandduinen achter ons en reden wij verder via een soort van karrespoor, dat weer snel overging in een geasfalteerde weg met flinke gaten, maar waar je kennelijk wel  onbeperkt hard mag rijden. De chauffeurs hadden er goed zin in en al stuiterend en slingerend schoten wij over de Turkmeense “hoofdweg”, volgende keer een sport-bh aan!
Noodgedwongen een paar stops moeten maken zodat onze zieke reisgenoten wat konden lozen zo midden in de steppe, sommige gingen er steeds beroerder uitzien.

Onze echte eerste stop, na zo een vier uur rijden was bij Konya Urgench. Vroeger was dit een belangrijke handelsstad. Hoewel veel van het pracht en praal zich onder de grond bevindt, zijn er toch een aantal andere mooie bezienswaardigheden boven de grond. De jeepschauffeurs zette ons af bij het Turaberg Khanyum en de wc. Na al dat gehobbel vond ik de wc wel een interessante eerste keuze, ai een hurktoilet en niet al te schoon…. Sluizen open en gaan! Dat lucht op!
Nu verder met deze bijzondere stad. Van het Turaberg Khanyum is het een beetje onduidelijk wat het nou geweest is, was het een tombe? Zo ja, wie en waar ligt deze persoon dan? Of was het een troonkamer? In ieder geval is het best oké bewaard gebleven. Onder de koepel bevinden zich 365 mozaïekjes, daaronder 24 bogen, 12 grotere bogen en 4 grote ramen. De dagen, uren, maanden en kwartalen! Met deze duidelijke versieringen liep het Turaberg Khanyum zijn tijd vooruit.

Er zijn goede wandelpaden aangelegd in Konye-Urgench en er zijn ook veel Turkmenen die in het weekend deze plek bezoeken. Over het wandelpand en langs een oudere begraafplaats kwamen wij bij de Gutlug Timur Minaret. Onderweg wilden wij de prachtig uitgedoste Turkmenen op de foto zetten en andersom wilden zij graag foto’s maken van de die “lomp” geklede toeristen. De 13e -eeuwse minaret hoorde bij de hoofdmoskee van Urgench. De hoofdmoskee is er niet meer en de minaret is een kopje kleiner en helt een klein beetje over. Desondanks lopen de gelovige Turkmenen graag een rondje om de minaret, terwijl hun linkerhand de toren raakt.

Via het Sultan Tekesh Mausoleum, het Il-Arslan mausoleum en de 19 -eeuwse Sayid Ahmed Mausoleum, allen in onderhoud en “gesloten” voor ons niet gelovigen, kwamen wij bij het “onbekende gebouw”. Een soort stadspoort met deels bewaard gebleven mozaïeken. Hier kreeg Lidewij het even op haar heupen en ook de rest van de groep hield in het de behoorlijke hitte even voor gezien. De jeeps werden gebeld en deze werden voorgereden, wat een luxe! Over de weg die wij in de bloedhete zon gelopen hadden, reden wij terug, zo af en toe nog een gestrande reisgenoot oppikkend. Eén van de groepsgenoten besloot de aarde nog even van dichtbij te bekijken en daarna konden wij op weg naar een leuk en druk dorpje voor onze lunch. Ondanks de lekkere linzensoep met salade werd er niet veel gegeten en draaide het toilet overuren. Lidewij begon gelukkig ook weer aardig bij te trekken en zat op een stukje droog brood te knabbelen.
Wij gingen op weg naar de grens met Oezbekistan en inmiddels was het wel duidelijk waarom het zo druk is in het dorpje, er was een bruiloft aan de gang. Mooi bruidje, al is de foto die ik heb niet de beste shot van haar dag, gok ik zo….

Bij de grens moesten wij uit de jeeps en moet onze bagage naar de grensovergang lopen. De Turkmenen geven ons voorrang wat natuurlijk superlief is en gezien de gesteldheid van onze groep ook erg aangenaam. Snel waren wij Turkmenistan uit, de juistheid van onze papieren en stempel werd nog wel een aantal malen gecheckt. Aan de andere kant van het gebouwtje stonden wij ineens in een stukje niemandsland. Met de bus, waar wij ook weer voor mochten en waarmee geen enkele Turkmeen mee mocht, ondanks dat er genoeg plek was, gingen wij door het stukje niemandsland naar de Oezbeekse grens. Ook hier weer hetzelfde ritueel, wij mochten gewoon voor terwijl al die andere lieve mensen ook al lang genoeg stonden te wachten, voelt gênant, maar zoals eerder gezegd was het vandaag wel fijn. Een stempel op de laatste bladzijde, een dubbel, dubbel check en daar stonden wij met ons hele hebben en houwen in Oezbekistan.
Een stukje verder stond onze luxe bus te wachten, lekker de koelte in! Ook aan deze kant van de grens zijn de wegen niet al te best. Al hobbelend begaven wij ons naar het ons hotel net buiten de stadsmuur van Khiva, hotel Malika. De kamers zijn echt groot en mooi gedecoreerd. De badkamer is net een balzaal en heeft een Oosters uiterlijk met veel mozaïekjes. Na het wisselen van geld en een korte briefing over Oezbekistan gingen wij met een klein deel van de groep op weg naar een leuk restaurantje binnen de muren van het oude Khiva.
Obbo had aangegeven dat ons hotel zich aan de zuidkant van de stad bevond. In de Lonely Planet had ik een leuk restaurantje gevonden, maar in de stad leek dit onvindbaar. Gelukkig kwam ik de tweede keuze, Terassa, wel tegen en daar streken wij op het dakterras neer. Vanaf het dakterras heb je een mooi uitzicht over een plein en de torentjes en koepels van Khiva. Obbo had kennelijk dezelfde gedachte over het restaurant en sloot zich bij ons aan. En toen kwam ook de aap uit de mouw, wij zitten aan de noordkant van de stad met ons hotel…. Ik bestelde dumplings met gehakt en een tomatensalade, beide erg lekker en voor nog geen vijf euro gegeten, bizar! Van de mooi verlichte stad nog even een paar plaatjes geschoten, naar ons hotel gestrompeld en al bijna meteen knock-out het bed ingedoken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *