Centraal Azië, Oezbekistan – Augustus 2019

Zondag 11 augustus
Heerlijk geslapen in onze mooie kamer en in onze fijne bedjes. Lekker gedouched en aangeschoven bij het royale ontbijt met allerlei Oezbeekse zoete lekkernijen. Om half negen zou onze gids komen, maar door de ziekenboeg en de arts die toch maar even besteld was, werd dit verlaat naar een relaxte negen uur. Even een handje geschud met gids Ali en toen gingen wij op weg naar de Westpoort van de stad Khiva (Xiva) voor een officieel entreebewijs en het begin van onze stadstour.
Het was nog best rustig in de stad, de verkopers waren alles nog aan het uitstallen. Eerst vertelde Ali wat in het algemeen over de stad Khiva. De naam Khiva komt van een hier ontdekte waterbron, Kheivak. De stad werd rond de 8ste eeuw gebouwd en was sinds de 16e eeuw de hoofdstad van de Khorezm regio. Ons eerste bezoek was aan de Mohammed Amin-Khan Madrassa. Dit is de grootste in heel centraal Azië en bood ruimte aan 260 mannelijke studenten. De kamers van de studenten zijn heel klein. Nadat de Madrassa werd opgeheven, heeft er nog een tijdje een gevangenis gehuisvest. Inmiddels is het een vrij duur hotel met kleine kamers, je kunt er maar één nacht verblijven.

Direct naast de Madrassa staat de Kalta-Minor Minaret. Dit zou de hoogste minaret ooit moeten worden, maar liefst 70 meter hoog, maar door de vroege dood van de bouwer, Mohammed Amin-Khan bleef de toren steken op 27 meter. De toren is mooi blauwgroen van kleur en gezellig ingelegd met mozaïek.
Aan de overkant van de Madrassa ligt de Kuhna Ark oftewel het fort. Gebouwd in de 12e eeuw, hier waren de stallen, de barakken en werden de (handels) goederen opgeslagen. In dit fort ook een 19e -eeuwse zomermoskee, mooie blauwe mozaïekjes en mooi rood, goud geschilderd plafond.
In de hoek naast de zomermoskee zit een muntenmuseum. Hier kan je onder andere bankbiljetten op zijde zien. De bankbiljetten werden op zijde gedrukt omdat men nog niet wist hoe het papier voor geld gemaakt werd, dat is een best lang bewaard geheim gebleven. De munten waren destijds van echt goud en hoewel je in die tijd pas een echte man was en mocht paardrijden als je een baard had, moesten de muntbewerkers hun baard toch afscheren. Dit om diefstal van de kleine gouddeeltjes te voorkomen. Deze mannen hadden een soort paspoort waarmee zij konden bewijzen dat zij “echte” mannen waren en dus mochten paardrijden.

Onze volgende bezienswaardigheid is het paleis van Alla Khuli-Khan. Een man met haast, want hij liet het paleis in twee jaar tijd uit de grond stampen. De grootste en mooiste kamer is uiteraard van hemzelf en is mooi uitgedost met mozaïek, hout en replica’s van meubels uit die tijd. Naast de kamer van de Khan bevonden zich de kamers van zijn vier vrouwen. De vrouwen kwamen allen uit welgestelde (politieke) families. Naast zijn vier vrouwen had de Kahn nog 40 (!) concubines. Hoewel er voor alle kinderen van de Kahn, dus ook die van de concubines, goed gezorgd werd, konden alleen de zonen van zijn vrouwen hem opvolgen. De Kahn koos uit zijn zonen de best passende zoon als zijn opvolger, dit was dus niet per definitie de oudste.
Na de ADHD-Kahn en al het pracht en praal zochten wij ook de wat duistere kant van Khiva op. De kleine gevangenis en een klein museum waar je kon zien hoe de mensen vroeger publiekelijk gestraft werden, meestal met de dood tot gevolg. Zo werd een overspelige vrouw bijvoorbeeld in een jute zak met katten gestopt en vervolgens werd er met knuppels flink op de zak losgeslagen. Aan de strafsoort kon men meestal wel zien wat er was uitgevreten.

Tijd voor wat meer beschaafdheid en geloof, wij stapten de Juma Moskee binnen. Het dak van de moskee wordt ondersteunt door 218 houten pilaren. De pilaren worden gekocht door families en zolang er geld is, worden deze prachtig bewerkt met het mooi en elegant houtsnijwerk. De meeste pilaren zijn helemaal bewerkt, een enkeling niet. Deze families konden het niet meer betalen of hadden soms een andere reden. Vanuit het “preek” gedeelte staan alle pilaren in een kaarsrechte diagonale lijn, mooi en strak gezicht!
De moskee maakte ons best dorstig en dus bracht Ali ons naar een gezellig terrasje, een dependance van ons hotel Malika. Lekker een kopje thee en Ali regelde er nog twee typische Oezbeekse gebakjes bij die wij mochten proeven. Een soort notenbaklava, maar lang niet zo zoet en soppig en een lekkere laagjestaart.

Na de thee gingen wij alweer naar het laatste onderdeel van onze stadstour, het gaat altijd zo snel als het interessant en nieuw is, de openluchttroon. Hier berecht de Kahn het boevenvolk. De troon is mooi behouden gebleven en is te bezichtigen in één van de kamertjes. Ali nam afscheid van ons en gaf aan dat er voor de middag nog heel veel leuke plekken te bezoeken waren, nou dat is mooi! Maar eerst even op zoek naar een leuke lunchplek. Wij hadden wat omzwervingen voordat wij wat fijns hadden gevonden. Buiten de stadsmuren gekeken, maar dat was niet veel soeps, hoewel de muur van buiten wel de indruk geeft dat er een enorm zandkasteel staat. Het restaurantje dat ik gister had gezien in de Lonely Planet had zijn beste tijd gehad en uiteindelijk belande wij bij dezelfde plek als van de theestop. Hier een smakelijke Caesar salade gegeten.

Na de lunch kwamen wij gelukkig nagenoeg de hele ziekenboeg weer tegen, iedereen was weer een beetje op de been en kon nog een beetje genieten van het leuke stadje. Lidewij, ik en nog twee groepsgenoten wilden nog even naar het mausoleum van Pahlavon Mahumud. Deze zit niet in de toegangspas inbegrepen en was daarmee ook de reden dat Ali hem in de tour had overgeslagen. Het is namelijk wel één van de hoogtepunten van het stadje! Pahlavon was een poëet. Je komt er binnen via een poort met daarachter een gezellige binnentuin en het mausoleum zelf is mooi versierd met mozaïek. Als je naar binnenstapt wordt het alleen nog maar mooier, al blijft de toedracht natuurlijk triest. In de tombe waar je bij binnenkomt direct tegenaan loopt ligt een Kahn begraven, Pahlavon ligt aan de rechterkant in een mooi versierde kamer. Aan de linkerkant in een evenzo mooie kamer ligt ene Allaquli Mohammed Bahadirkhan.

Onze voeten begonnen wat vermoeid te raken en ons hersenpannetje wat vol van alle indrukken. Wij besloten even te gaan chillen in het hotel en tegen het vallen van de avond terug te keren voor een paar mooie vergezichten over de stad in de ondergaande zon.
Tegen zeven uur liepen wij opnieuw richting de binnenmuren van Khiva. Aan de noordkant kun je ook een deel van de muur op, maar het uitzicht is daar niet echt mooi. Snel liepen wij dit slecht onderhouden deel van de muur weer af, de zon ging sneller onder dan wij verwachtte en wij moesten er flink de pas inzetten. Bij het fort en de uitkijktoren aangekomen, bleek dat je een apart kaartje voor de toren nodig had en die moest je weer halen bij de Westpoort, kakkie dat wordt spurten! Samen met een groepsgenoot zette ik het op een lopen en kochten wij vier kaartjes. Lidewij en een andere groepsgenoot onderweg weer opgepikt en eindelijk konden wij naar boven. Gelukkig nog best op tijd voor de ondergaande zon. Wat kleurt de stad mooi! Heerlijk staan genieten en natuurlijk ook te veel mooie plaatjes geschoten.

Ruim op tijd stonden wij vervolgens weer op de afgesproken plek om in het restaurant van onze gids Ali uit eten te gaan. Leuk plekje op een gezellige binnenplaats. Van de ziekenboeg waren er een heel aantal gelukkig gewoon mee en daar werd een magere soep met vermicelli voor gekookt. Ineens begon onze groepsgenoot tussen Lidewij en mij in wat pipjes te zien en hij ging van zijn graatje, gelukkig zat hij al en konden wij hem opvangen en op de stoelen neerleggen. Niet veel later kwam hij weer bij, kon zitten en had meteen weer de grootste verhalen. Totdat het ineens weer wat stilletjes werd naast ons en er niet meer werd gereageerd. Hij was weer even een paar seconden out geweest. Na de derde keer was het welletjes en regelde Ali via via een dokter met een bloeddrukmeter, onze groepsgenoot was in goede handen en wij begonnen wat stilletjes aan ons eten. De dokter besloot dat het goed was als onze reisgenoot meeging naar het ziekenhuis voor een totale check. Obbo en zijn reismaatje gingen mee. Wij bleven achter, aten ons eten op en betaalde de rekening, wat een domper op een avond die zo gezellig begon. Bij de Westpoort waren de bewoners inmiddels bezig met vrolijke versieringen voor de volgende dag, nationale meloendag! En dan te bedenken dat onze gehele ziekenboeg waarschijnlijk komt door een met listeria bacterie besmette meloen, het leven is soms een beetje dubbel…. Enfin, met meloen hoef je bij een groot gedeelte van onze groep dus even niet meer aan te komen.
Door de mooi verlichte binnenstad liepen wij terug naar ons hotel. Hopend op een snelle terugkeer van onze reisgenoot viel ik in slaap.

Maandag 12 augustus
Gelukkig! Bij ons tripje naar de ontbijtzaal kwamen wij in de hal onze groepsgenoot alweer helemaal monter tegen. In het ziekenhuis had hij een zout- en suikeroplossing infuus gekregen en na anderhalf uur mocht hij alweer naar “huis”.
Vandaag een lange reisdag naar Bukhara, eveneens een mooie stad met vele bezienswaardigheden uit de oudheid. Onderweg vlak langs de grens met Turkmenistan gereden. Dit is een natuurlijke grens van twee brede rivierbedden van de Amu Darya. De weg zelf was redelijk saai, veel steppe en heel af en toe een dorpje. Bij een echt Oezbeeks wegrestaurantje stopte wij voor de lunch. Het zag er allemaal wat onfris uit en op de buitenplaats hing een flinke beerputlucht. Zoveel mogelijk uit de wind en de stank zette wij onze tafels neer. Ik koos voor een “veilige” groenten spies van de BBQ met wat tomatensalade, uiteraard ook wat cola om de eerste bacteriën maar meteen de nek om te draaien. De gegrilde groente en tomatensalade smaakte overigens prima en niet veel later gingen wij weer op weg. Later in de middag kwamen wij aan in Bukhara, in een leuk boetiek hotelletje met een fijne binnenplaats waaraan onze kamers grensde.

Met een groepje naar het Lyabi-Hauz plein gelopen, de meesten streken hier neer voor een drankje. Lidewij en ik besloten te gaan dwalen door het stadje en te kijken wat er allemaal te beleven valt. Via de straat met de oude synagoge liepen wij al vrij snel het toeristisch centrum uit. Ook hier werd, het als in Khiva, veel opnieuw opgebouwd. Veel opengebroken straten en op een paar oude deuren na en een paar schapen met hangbillen, geen echte bezienswaardigheden. Wij liepen terug naar het pleintje, voor een gezellig drankje op het terras, de rest van de groep was helaas al vertrokken. Er liep een mooi bruidje over het terras en ineens hoorde wij “wat een schattig bruidje”, nu Lidewij was het niet en ik ook niet! De groep was weer deels compleet en wij vonden dat het wel tijd was voor een fijne maaltijd en kozen voor het restaurant Minzifa met goede aanbevelingen in de Lonely Planet.
Ik had niet zo heel veel trek en ging voor een Griekse salade met aardappelpartjes. Inderdaad goed eten, al mag de bediening iets vlotter. Gezellig nog even nagetafeld en vanaf het balkonterras genoten van de ondergaande zon. Terug in het hotel nog maar even geschreven en gelezen totdat mijn neusje mijn boek raakte………

Dinsdag 13 augustus
Vroeg op voor een lekker ontbijtje in de warme kelder van het Porso hotel. Gelukkig kwamen er steeds meer mensen de ziekenboeg uit en met een gezellige groep en gids Larissa gingen wij op stap door Bukhara. Wij begonnen op het Lyabi-Hauz plein bij de Nadir Divan-Begi Madrassa. De Madrassa was oorspronkelijk gebouwd als karavanserai, maar werd al snel omgeturnd naar een Madrassa. De poort is mooi omgeven door mozaïek met daarin afbeeldingen van twee Feniksen, twee misvormde witte herten en een mensgezicht in de zon. Voor de Islam is het erg ongebruikelijk om levende wezens af te beelden, dat maakt deze Madrassa zo bijzonder.
Via een paar oude karavanserais, over het algemeen nu in gebruik als hotel of restaurant, liepen wij naar het oude handelscentrum. Hier werden de goederen verhandeld en vertrok de karavaan weer naar het volgende punt. Vanaf het midden van het handelscentrum kon je vijf kanten op, o.a. China en Istanbul. Overigens reisden de karavanen niet de hele zijderoute af, meestal maar een deel totdat alles verhandeld was. Ze bleven vaak ook een aantal weken op een bepaalde plek en trokken vanuit Bukhara niet meteen na één dag door. Bij de karavanserai in de woestijn vertrokken ze over het algemeen wel sneller. Een totale karavaan kon oplopen tot 5.000 mensen en evenzoveel kamelen, een hele stoet dus!
De stad Bukhara is in verschillende lagen gebouwd en hierdoor liggen de echte oude karavanserais een stuk lager dan de huidige stad, bij een opgraving was dit goed te zien.

Op naar één van de hoogtepunten van de stad, de ark oftewel een fort. Gebouwd in de 5e eeuw en in gebruik gebleven tot en met het bombardement van het rode leger in 1920. Een deel van het zwaar beschadigde fort is inmiddels weer opgebouwd en in de oude staat hersteld. Binnen in het fort kom je eerst langs een kleine moskee, de Djami moskee, de palen hiervan bestaan uit mooi houtsnijwerk. De moskee zelf konden wij niet in, van de gids begrepen dat het binnen ook niet heel bijzonder is.
Wat in het fort wel mooi en bijzonder is, is de troonzaal. Het dak is ingestort en niet herbouwd. De overkapping boven de troon en de galerij is er nog wel en is mooi beschilderd. De muren zijn superwit, waardoor het plafond van de galerij en het troongedeelte mooi afsteekt. Op de plaats van de troon staat nu een replica. De laatste “kroning” was vrij recent in 1910.
Op het terrein van de ark hadden wij nog wat vrije tijd en konden wij rondlopen om nog even wat mooie foto’s te maken.

Aan de overkant van de ark staat een oude Russische watertoren, nu in gebruik als uitkijktoren voor over de stad. Beetje een surrealistisch geval. Jammer ook dat het toegangskaartje in verhouding zo duur is. Achter de toren ligt een hele oude, maar nog in gebruik zijnde moskee, de Bolo-Hauz moskee. Helaas was net het gebed en konden wij de moskee niet in. Voor de moskee ligt een kleine vijver, als hier helder water in staat spiegelt de moskee er mooi in. Bij gebrek aan helder water toch maar geprobeerd een foto van de weerspiegeling te maken.
Tijdens een tussenstop overigens een lekker kopje thee gedronken bij een Duitse mevrouw met een leuk koffierestaurantje. De thee was prima, de chocoladetaart helaas meer een cake en wat droog. Lidewij had de notentaart gekozen en die was superlekker!

Voor de laatste stop van deze excursie liepen wij naar het gezellige parkje met het mausoleum van Ismail Samani. Het mausoleum is gebouwd in 905. Binnenin weinig tegelwerk, maar wel veel stenen in patroon gelegd. Na het mausoleum zat onze stadstour met Larissa er dus alweer op, tijd ook voor een goede lunch! Lidewij en ik wilde eigenlijk niet bij hetzelfde restaurant als de avond daarvoor eten dus gingen wij op zoek naar wat anders. Alles wat open was, zat helaas vol en de rest was dicht. Er was nog wel een plekje bij een leuk restaurant met een rooftopbar, probleempje was alleen dat er geen plek meer in de schaduw was en zo rond de middag was het in de volle zon niet echt uit te houden. Dus toch maar achter de rest van de groep aan naar Minzifa. Gelukkig waren er nog precies twee plekken vrij bij onze reisgenoten. Ik ging voor een lichte maar goed gevulde chicken noodle soep. Na de lunch alvast een paar souvenirtjes verzameld. Lidewij wilde graag een handgemaakte allesknipper en ik ging voor de broodstempels. Beide al snel weer gevonden.

In het hotel nog even lekker gechilled en tegen zeven uur weer verzameld voor een gezellig etentje in het restaurant van een vriend van Obbo, restaurant Dolon. Wij zaten er heerlijk op het dakterras, het werd een Griekse salade met frietjes (bij gebrek aan de lekkere aardappelpartjes). Helaas werd het snel frisser boven op het dak, anders hadden wij er vast nog wel langer gezeten. Leuke aanrader dus!

Woensdag 14 augustus
Vandaag weer een reisdag, dit keer gaan wij op weg naar Samarkand via Shakhrisabz, de geboorteplaats van de “grote” Timur. De weg was wat lang en saai. Ik voelde mij niet helemaal optimaal en zat wat meer achter in de bus. Met een reistabletje is de hele reis eigenlijk een beetje aan mij voorbij gesuft. Met de lunch en de uitstap in Shakhrisabz ook niet mee geweest. In de bus gelezen, geschreven en Pringels als lunch gegeten. De meeste groepsgenoten hadden in één restaurant gegeten en dat was niet zo lekker, ze hadden soep met vetdrilletjes, daar heb ik dus gelukkig niets aan gemist. Het museum en het standbeeld van de heerser Timur waren oké, maar daar hield het wel mee op, zo vertelden ze.
Tegen de avond kwamen wij aan bij ons hotel vlak naast het Gur-e-Amir mausoleum, Hotel Dilshoda Prime. Een leuk boutique hotelletje met prima kamer. Snel de tassen geparkeerd en vervolgens met zijn allen op zoek gegaan naar een restaurant. De grote bezienswaardigheden zijn ook hier weer mooi verlicht. Tegenover de Registan aan een lange straat vond Obbo een restaurantje, een Oezbeekse fastfood. Vanaf foto’s konden wij onze maaltijd kiezen, helaas was veel al uitverkocht en bleven er nog maar drie keuzes over. Ik ging voor de stoofvlees met aardappels, even niet te vet voedsel. Een colaatje leek mij ook wel wat, maar die was ook uitverkocht. Het stoofvlees, wat overigens prima smaakte, werd geserveerd met supervette friet, volgens de ober ook gewoon een aardappel….. Tja ergens had hij wel een punt. De friet toch maar laten staan, al met al was dit geen tent om nog een keer naar terug te keren.
Bij de Registan was er van alles aan de hand. Veel lichten, muziek en dansers. Leuk om even te bekijken, alleen wist nog niemand precies wat er aan het handje was.

Op de terugweg kwamen wij nog langs een Oezbeekse bruiloft van twee vooraanstaande broers. Net als bij een Turkse bruiloft mag je ook hier gewoon naar binnen lopen. Ik was een beetje underdressed en voel mij bij dit soort supervrije uitnodigingen dan toch niet zo op mijn gemak. Ik besloot niet mee naar binnen te gaan, de rest ging wel even kijken. Dat even duurden even wat langer en ik besloot in mijn uppie terug te lopen naar ons hotel, al vond ik dat wel wat spannend. Het was niet helemaal recht toe recht aan. Gelukkig vond ik veel herkenningspunten terug en niet veel later liep ik via het mooi verlichte mausoleum, veilig ons hotel binnen. Een klein half uurtje later was Lidewij er ook. Nog even wat gelezen, maar ook nu ging het lampje weer snel uit.

Donderdag 15 augustus
Het ontbijt was in het bijgebouw van het Dilshada hotel. Een gezellig binnenplaatsje en wederom een uitgebreid ontbijt. De dag wat rustiger aan heeft mij goed gedaan en ik zit weer barstensvol energie! Voor vandaag was er wederom een stadstour geregeld met een gids met een onuitspreekbare naam en daarom mochten wij hem “John” noemen. Wij hadden voor het Gur-e-Amir Mausoleum afgesproken en dat was dan ook het startpunt van onze tour.
Buiten stonden nog wat overblijfselen uit het Timur tijdperk. Zo was er een grote ronde bak, die nog het meeste weg had van een wastobbe. Hierin deed Timur moerbeisap en hiervan moest iedereen die mee terug kwam van een “ontdekkingsreis” drinken, zodat hij daarna kon bepalen hoeveel mensen van zijn gevolg het hadden overleefd. Op de binnenplaats stonden ook heel veel basilicumplanten, naast dat het erg lekker ruikt, had het in het verleden geen betekenis. In het mausoleum zelf ligt Timur, twee van zijn zonen en twee kleinzonen. Het was niet Timur zijn bedoeling om in dit imposante mausoleum begraven te worden. Hij had een leuk plekje bedacht in Shakhrabz. Maar omdat hij vrij plotseling stierf in Samarkand en de bergpas onbegaanbaar was, werd hij hier begraven.
Aan de buitenkant is het mausoleum uiteraard versierd met veel tegelwerk, de binnenkant ook en vooral veel goud, wat een pracht en praal. Naast de eerder genoemde personen is er overigens ook nog een heilige bijgezet, dit is zichtbaar omdat er naast de tombe een lange stok met dierenstaart eraan staat. Achter het mausoleum liggen de restanten van een aangrenzend gebouw en een klein keldertje met een leuke souvenirshop erin, allemaal gangetjes en heel knus.

Doordat er nog steeds wat gaande is in het Registan, konden wij daar pas om half twaalf terecht. Om de tijd een beetje te vullen leidde John ons door de oudere wijken naar het Registan en de boulevard met de Bibi-Khanijm Moskee. Vanaf het begin van de boulevard bij het Registan tot aan het eind van de moskee rijden een soort grote golfkarretjes heen en weer. Voor 3.000 Som mochten wij mee. Bij de moskee was het al een stuk drukker, een aantal toeristen maar vooral veel Oezbeken.
Het verhaal over de moskee gaat dat Timur zijn Chinese vrouw, Bibi,  de moskee voor hem wilde bouwen als verrassing bij terugkomst van zijn reis naar India. Bibi gaf een architect de opdracht en werd de architect werd smoorverliefd op Bibi. Hij weigerde de moskee af te bouwen, tenzij hem een kus gaf. Dat deed zij, helaas bleef de kus zichtbaar en bij thuiskomst zag Timur dat. De architect werd gedood en vanaf dat moment moesten alle vrouwen gesluierd over straat zodat zij geen mannen meer konden verleiden. Tijdens de bouw stond de moskee overigens, door zijn imposante afmetingen voor die tijd, al op instorten. De moskee stortte uiteindelijk deels in met de aardbeving van 1897 en is na de onafhankelijkheid weer opgebouwd, met een deel zijn ze nog steeds bezig.
In het midden van het complex staat / ligt nog een enorme Koran. De legende zegt dat vrouwen die er onder door kruipen, veel kinderen zullen krijgen. Het is nu niet meer mogelijk om er onder door te kruipen, kennelijk zijn grote gezinnen niet meer zo gewenst……..
De twee kleinere moskees aan de linker en rechterkant zijn mooi gerestaureerd en toegankelijk. De grote moskee tegenover de ingang ziet er van buiten al redelijk mooi uit. Aan de binnenkant wordt er hard gewerkt om alles zo goed mogelijk in de oude staat terug te brengen.

Na het uitgebreide bezoek aan de moskee vond de gids het tijd voor een koffiepauze, naast de moskee was echter een grote markt. Die vond ik leuker, samen met Lidewij en nog een paar andere de markt opgedoken. Alles staat weer netjes bij elkaar, de koekjes, de nootjes etc. Ineens was ik iedereen kwijt, hmmm nou ja, de weg terug is wederom niet zo lastig. Bij een kraampje mocht ik het één en ander proeven. Een bolletje honing met zaadjes en nootjes en een stukje van één of andere pistache reep. Allebei erg lekker, de keuze was lastig, maar omdat ik niet wist wat ik eigenlijk at met de pistache en hoe ik dat moest gaan bewaren, ging ik voor de notenbolletjes.
Tegenover de moskee is ook nog het mausoleum van Bibi. Ben er wel even naar toe gelopen, maar had helaas te weinig tijd om nog even naar binnen te duiken.

Bij het koffietentje met de yurt kwam iedereen weer bij elkaar en gingen wij te voet verder naar het inmiddels geopende Registan. Er stond een enorme rij voor het Registan, doordat wij echter een gids hadden mochten wij “gewoon” doorlopen door de detectiepoorten. Of die er altijd staan of nu alleen in verband met het “gebeuren” geen idee. Binnen was het behoorlijk druk. In het midden stond een groot podium en aan de drie gebouwen hingen allemaal lampen, beetje jammer voor de foto’s, wel leuk dat er wat aan de hand is. John vertelde dat er een vierdaagse Grand Prix was, een soort Eurovisie Songfestival voor met name koren. De show wordt live uitgezonden en er zijn meerdere landen en hoog waardigheidsbekleders aanwezig. Met de gids eerst alle informatie van de drie gebouwen ontvangen, daarna hadden wij alle tijd om verder foto’s te maken en rond te struinen over het complex. Wij startten bij het minst “mooie” gebouw, de Ulugbek Madressa. Men zegt dat hier met name wiskunde en astronomie werd gestudeerd. Er is op de binnenplaats ook een kleine moskee. Veel blauwe tegeltjes en mooie groene bomen op de binnenplaats, misschien inderdaad niet de mooiste maar vast de gezelligste.

Tegenover de Ulugbek Madressa staat de Sher Dor Madresssa. Boven de deur mooi tegelwerk met tijgers die eigenlijk leeuwen moeten zijn. Binnen was een groep van de Grand Prix aan het oefenen. De binnenplaats was ook hier best gezellig, eigenlijk vond ik de Madressa gelijk aan de eerste.

Op naar de middelste Madressa, de Tilla Kari (met goud bedekte) Madressa. Door het podium deze niet helemaal op de foto kunnen zetten, dus vooral genoten van het gebouw, sjonge wat een ding en uiteraard weer gezellig ingezet met tegels. Op naar binnen, ja hoor daar is hij, de voorkant van de Lonely Planet! Het goud en de kleuren schitteren je tegemoet. Het middenstuk is echt schitterend, aan de zijkant alleen nog souvenirs winkels. Echt nog best wel een lange tijd staan genieten, foto’s gemaakt van de mozaïekjes en natuurlijk net als vele andere een selfie voor de prachtige muur.

Na afscheid van de gids gelunched bij het koffietentje met de yurt, Art Cafe Norgis. Lidewij had één of andere limonade besteld, gifgroen en mierzoet, ik hield het nog maar even bij een colaatje. Hier een heerlijke Ceasar salade gegeten, het brood was ook echt supervers en nog een beetje warm.
Tijd voor het laatste hoogtepunt, Shah-I-Zinda, een complex met verschillende grote graftombes, de naam betekend letterlijk “Tombe van de levende koningen”. Via een trap kom je op de top van de berg en in een soort straat staan alle grote tombes. Uiteraard veel tegeltjeswerk aan de buitenkant en met de binnenkant doen de meeste ook goed mee. Hier overigens weinig toeristen, wel heel veel net geklede Oezbeken. Het is voor hen echt een Pelgrimsoord.

Na deze overdaad aan mooie tegeltjes gingen wij weer terug naar de boulevard, luxe met een karretje nu voor 1.000 som, gingen wij terug. Nog even het beeld van Timur op de foto en toen waren wij wel klaar voor vandaag. In het hotel de tas ingepakt, de gewassen onderbroeken van het superhete inpandige balkon getrokken en nog even gechilled. Om zeven uur waren wij uitgenodigd bij de uitbaatster om daar te komen eten. Op de binnenplaats van het andere hotel werd het eten geserveerd. Wij begonnen met allerlei koude gerechten vooraf. Aubergine, salade, tomaat, een eierhapje en gefrituurde bloemkool. Het hoofdgerecht was een echte onvervalste en lekkere plov. En toen kwam er ook nog een goed vullend laagjestaartje als toetje. Pfoe, plov, knalde nog net niet uit elkaar.

Vrijdag 16 augustus
We gaan weer even wat kilometers vreten, op naar de grote stad Tashkent. Even snel een ontbijtje bij de buren en daar gaan we weer. Wij reden voornamelijk over snelweg, lange saaie stukken tot een leuke benenstrekstop bij een aantal palen met ooievaren. Heb er volgens mij nog nooit zoveel bij elkaar gezien. Na de stop zijn we eigenlijk meteen doorgereden naar Tashkent. Rond de middag kwamen wij daar al aan. Ons hotel, Hotel Uzbekistan, is een echt Sovjet bakbeest en torent hoog en breed boven de stad uit. De kamers waren weer net een balzaal. Wij zaten op de 15e verdieping en gelukkig zagen de liften er best betrouwbaar uit.

Lidewij en ik gingen op weg door het park voor ons hotel, met uiteraard een beeld van Timur. Obbo had een klein beetje uitleg gegeven over de metro en dat deze vooral heel leuk was om te gebruiken om de stad te doorkruisen. Vol goede moed daalde wij de trappen af naar de ondergrondse. Twee muntjes gekocht voor 2.800 Som. Met één muntje kun je de hele stad door, pas als je er weer uit en in gaat moet je opnieuw betalen. Wij wilde graag naar de oude Sovjet stad en de Chershu Bazaar. Hiervoor moesten wij wel overstappen dat was een beste uitdaging. De haltes staan nergens in het Engels aangegeven en ons Russisch is nog niet zo goed. Uiteindelijk hadden wij uitgevogeld waar wij er uit moesten. Bij de volgende halte moesten wij overstappen, maar waar gaat de andere metro? Eerst, uiteraard, de verkeerde kant opgelopen, met wat behulp van gebaren en wijzen werden wij de juiste kant op gestuurd. Met deze metro moesten wij nog een paar haltes mee. Met het tellen van het aantal stops, de omroepster was niet te verstaan, kwamen wij uit bij de goede halte. De metro halte was meteen de ingang van de grote markt en wat kwamen wij als eerste tegen, juist meloenen! De markt is echt enorm, je hebt verschillende hallen en dan wordt er buiten op straat vanuit de kraampjes ook nog eens ontzettend veel verkocht. De voedingsmiddelen bevonden zich voornamelijk in de hallen, de kraampjes buiten verkochten huishoudartikelen, schoolartikelen, onderkleding en natuurlijk ook souvenirs. Bij de broodmarkt mochten wij even binnen gluren in een bakkerij. Voor het thuisfront weer een paar leuke plaatjes geschoten.

Dit is onze laatste dag in Oezbekistan en ik wilde hier graag toch alvast wat souvenirs kopen. Lidewij had hetzelfde idee en niet veel later startte wij onze souvenirs jacht. Lidewij ging voor een vaas en ik wilde graag schaaltjes en een leuk beeldje. Het eerste tentje was pittig aan de prijs en dus liepen wij snel door. Naast de matrassenwinkel vonden wij ons winkeltje. Lidewij wist voor een mooie prijs een vaas en een platte schaal op de kop te tikken en ik vond twee leuke schaaltjes. Bij één van de souvenirshops had ik een leuk stenen mannetje gezien dat je op de muur kunt hangen en dat wilde ik graag hebben. Natuurlijk bij al die andere shops niet kunnen vinden, dus maar weer terug naar waar ik hem gezien had, maar waar was dat ook al weer? Alle shops weer afgelopen, jaaa daar is hij! Bleek het een onderdeel van een tegeltje te zijn, kapot dus, shittie! Nou ja dan maar een staand mannetje. Bij de derde shop was het al raak, Lidewij vroeg “is dit niet wat?” en ja hoor dat was hem! Even de prijs wat naar beneden bijgesteld en ik had weer een souvenirtje voor thuis.

De oude stad geloofde wij inmiddels wel en wij besloten om nog wat metrostations van binnen te gaan bekijken. Vooral het metrostation Kosmonavtlar schijnt heel mooi te zijn en ik had wat gelezen over het treinstation. Eerst reden wij naar het treinstation, die viel een beetje tegen. Het kosmonautenstation was gelukkig wel heel mooi, met mooie 3D afbeeldingen van kosmonauten. Ook het overstapstation en ons eigen station waren overigens heel mooi.

Bij het hotel genoten van het uitzicht in de ietwat saaie bar. Hadden beide weinig zin om in de stad te gaan eten, hebben overigens ook niet veel gezellige tentjes gezien. De menukaart van het hotel was erg ruim, ze hadden zelfs knoflookbrood. Als voorafje nam ik een pitabroodje met kaas en Lidewij ging voor de knoflookbroodjes. Die laatste bleek de beste keuze, jammie! Het hoofdmaal was een kip a la Madrid, kip met champignons in een kaas-cremesaus, Beetje aan de zoute kant, maar met de rijst prima te eten. In de bar met een biertje genoten van het uitzicht over de verlichte stad. Toen kwam ik er ook pas achter dat ons hotel één groot verlicht reclame bord is. Dus hup weer even 17 verdiepingen naar beneden voor een fotootje en weer 15 omhoog voor een welverdiende nachtrust……
O, ja de superverlichte voorgevel merk je in de kamer bijna niet.

Zaterdag 17 augustus
Mooi bijtijds weer de wekker, een snel doucheje en op naar de enorme ontbijtzaal. Het ontbijt was zeer uitgebreid, dit keer zelfs aangevuld met Indiaanse lekkernijen. Er was dan ook een grote groep Indiërs aanwezig. Wij vertrekken vandaag naar de Fergana vallei, onze laatste overnachting alweer in Oezbekistan. Wederom veel snelweg en langs de grens met Tajikistan. Het is best wel een ommetje wat je moet maken omdat de chauffeurs uit Oezbekistan niet heel makkelijk met hun vervoersmiddel even een grensoversteekje kunnen maken.
Rond de middag hadden wij een stop in Kokand, vroeger een belangrijke plaats in de zijderoute en gelegen op een belangrijk kruispunt richting de Fergana vallei. Nu is de stad helaas veel van zijn charme verloren en zijn er weinig interessante gebouwen meer, een deel van het Kahn paleis staat er gelukkig nog wel en dat wordt gerestaureerd. De buitenkant was deels betegeld, zoals wij dat inmiddels gewend zijn, binnen waren de muren wat strakker en leken wat modernere mozaïeken te bevatten. Via een mooie dikke houten deur loop je het paleis binnen. De originele deuren staan naast de entree en zijn mooi bewerkt. Er zijn maar liefst 7 binnentuinen en vroeger bestond het paleis uit 119 kamers. In de nog aanwezige kamers staan wat meubels, over het algemeen replica’s uit de Kahn’s tijd. Ook weer een leuk museum erbij, de uitleg in het Oezbeeks/Russisch, dus lekker kijken en genieten.

In de supermarkt een stukje verder onze lunch gehaald, banaan, wat koekjes en een flesje water met citroen/muntsmaak, weer even wat anders dan plain water. Wij vervolgde onze weg naar ons hotel in Fergana. Redelijk bijtijds waren wij in ons Hotel 777 en konden wij het verfrissende zwembad induiken. Dat was na al die warme dagen wel even een lekkere en aangename verkoeling. In de zon nog even gebakken en door naar een lekkere maal van het hotel. Volgens Obbo zit er in Fergana niet heel veel bijzonders aan restaurants en dus kozen wij er voor om een shared maaltijd te laten maken door het hotel. Weer lekker veel geproefd en geprobeerd, het was allemaal prima en meer dan genoeg. Onder het genot van een goede wijn nog even uitgebuikt en met de gedachten al bij de dag van morgen, op naar een nieuw land: Kirgizië!


2 reacties

  1. Renate,
    Hè, heerlijk om alles weer te herbeleven met jouw gedetailleerde en humorvolle relaas van een geweldige reis; want dat was het zeker!
    Complimenten voor je schrijftalent. Ik kijk reikhalzend uit naar het vervolg.

Laat een reactie achter op Gerrit Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *